RI 2007, 18
Internationale rechtsmacht bij bestuurdersaansprakelijkheid. Is de rechter die de insolventieprocedure heeft geopend bevoegd kennis te nemen van vorderingen gegrond op art. 2:9, 138, 139 en 6:162 BW tegen in Zweden woonachtige gedaagden? (Jomed)
Rb. Amsterdam 11-04-2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BB1856
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
11 april 2007
- Magistraten
Mr. J.A.J. Peeters
- Zaaknummer
327866/HAZA05-3052
316717/HAZA05-1514
- LJN
BB1856
- JCDI
JCDI:ADS871628:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Insolventierecht / Europees insolventierecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2007:BB1856, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 11‑04‑2007
- Wetingang
Samenvatting
De curator van Jomed N.V. stelt vorderingen in tegen twaalf gedaagden op grond van art. 2:9, 138, 139 en 6:162 BW. Alle gedaagden zijn woonachtig in het buitenland, de meesten binnen de EU, enkelen daarbuiten. Slechts twee gedaagden, Eriksson en Ristinmaa, betwisten de bevoegdheid van de rechtbank. Eriksson en Ristinmaa zijn beiden woonachtig ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.