Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/6.2.1:6.2.1 Gebruik
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/6.2.1
6.2.1 Gebruik
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS301977:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De onderzoeksvraag heb ik als volgt geherformuleerd: is de voorbelasting, die drukt op aan de ondernemer geleverde goederen en verrichte diensten die niet gebruikt worden voor belaste handelingen, zoals buiten de werkingssfeer van de btw vallende handelingen, aftrekbaar, en zo ja in welke mate? Handelingen die buiten de werkingssfeer van de btw vallen zijn alle handelingen die op zichzelf beschouwd niet leiden tot belastingplicht in de zin van de btw en die, wanneer verricht in het kader van een onderneming door een belastingplichtige, geen aanleiding geven tot belastingheffing.
Allereerst heb ik de betekenis van het begrip ‘gebruik’ in het kader van de btw-heffing onderzocht, omdat het belangrijk is vast te stellen of en zo ja, wanneer goederen en diensten zijn gebruikt. Mijn conclusie is dat niet-gebruik van goederen en diensten (definitief of tijdelijk) en de daaraan gekoppelde vraag naar de gevolgen voor de aftrek zich niet kan voordoen bij de volgende categorieën goederen en diensten: (1) goederen niet zijnde voorraad of materiële vaste activa, en (2) andere diensten dan de diensten die worden geactiveerd als immateriële vaste activa of als waardetoevoeging van materiële vaste activa.
Deze goederen en diensten worden geacht altijd gebruikt te zijn (fictie van onmiddellijk gebruik). Uiteraard is dan nog wel de vraag waarvoor zij gebruikt worden: wel of niet in het kader van de onderneming, voor belaste of vrijgestelde prestaties of voor beide. Niet-gebruik kan btw-technisch alleen aan de orde zijn bij: (1) goederen, niet zijnde voorraad, waarop de belastingplichtige afschrijft (investeringsgoederen/materiële vaste activa) en die hij geheel of gedeeltelijk tot het bedrijfsvermogen heeft bestemd, (2) goederen die tot de voorraad van de belastingplichtige behoren, en (3) diensten die kwalificeren als immateriële vaste activa of worden geactiveerd als waardetoevoeging van materiële vaste activa.