De bevrijdende verjaring
Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/17.3.1.1:17.3.1.1 De te bespreken onderwerpen
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/17.3.1.1
17.3.1.1 De te bespreken onderwerpen
Documentgegevens:
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS369008:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Er zijn in Duitsland wel het Neubeginn der Verjährung, en de Ablaufhemmung maar wij zagen dat die figuren een tamelijk beperkt toepassingsgebied hebben.
HR 1 februari 2002, NJ 2002, 195.
Zo verdedigde ik althans in Smeehuijzen, WPNR 2006.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de bovenstaande rechtsvergelijking bleek dat zowel in Duitsland als in Engeland een handeling van de crediteur die niet wordt gevolgd door het actieve najagen van de vordering, op de loop van de verjaring geen invloed heeft. Geconstateerd werd dat onze belangrijkste stuitinghandeling, de schriftelijke aanmaning of het voorbehoud van recht, in die rechtsstelsels dus geen stuitende werking zou hebben. Daarmee is de eerste en waarschijnlijk meest fundamentele vraag van dit hoofdstuk gegeven: is ons stuitingsregime te permissief? Zouden wij aan stuiting niet ook de voorwaarde moeten verbinden dat de crediteur zijn recht daadwerkelijk vervolgt?
Ten tweede, enigszins in het verlengde daarvan: in Nederland is de regel dat na stuiting een nieuwe termijn gaat lopen (art. 3:319 BW). Er is daarnaast de verlenging van de verjaring, maar gegeven de beperkte verlengingsgronden (zie art. 3:321 BW) is dat instituut in vergelijking met de stuiting van betrekkelijke betekenis. In Duitsland en Engeland begint als hoofdregel geen nieuwe termijn te lopen, maar staat de klok slechts stil gedurende de actieve rechtsvervolging.1Opnieuw lijkt ons stuitingsrecht erg 'liberaal', nu evenwel met betrekking tot het gevolg van de stuiting. Moet ook bij ons de verjaring slechts halt houden en niet van voren af aan beginnen?
Ten derde. Het Engelse recht kent aan onderhandelingen geen stuitende werking toe. Het Duitse doet dat wel, door middel van een expliciete bepaling zelfs. In Nederland is de stuitende werking van onderhandelingen op het ogenblik wat duister. De Hoge Raad heeft bepaald dat onderhandelingen op zichzelf niet stuiten,2 maar omdat gaande de onderhandelingen over het algemeen een mededeling zal zijn gedaan waaruit blijkt dat de crediteur zich zijn recht op nakoming voorbehoudt in de zin van art. 3:317 BW, zullen de facto onderhandelingen over het algemeen tóch stuiten.3 Móet aan onderhandelingen inderdaad stuitende werkingen worden toegekend en zo ja, is het wenselijk dat dan ook met zoveel woorden in de wet vast te leggen?
Ten vierde. Ik citeerde hiervoor de Duitse § 204 om te laten zien hoe gedetailleerd daar is vastgelegd welke handelingen, kort gezegd, als rechtsvervolging met hemmende werking worden gekwalificeerd. Ik citeerde ook art. 3:316 BW en constateerde dat dat wat schriel bij zijn Duitse pendant afsteekt. Is inderdaad art. 3:316 BW onvoldoende specifiek?
Ten vijfde een kwestie waarin van de rechtsvergelijking weinig steun valt te verwachten omdat het gaat om de precieze formulering van een bepaling die geen Duitse of Engelse equivalent kent. Ik doel op de woorden "een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt" uit art. 3:317 BW. Die frase behoeft bespreking, omdat de Hoge Raad bij herhaling feitenrechters moet corrigeren die het artikel verkeerd uitleggen. Eén van de mogelijke verklaringen voor die herhaalde dwalingen is de tekst van de wet. Een oplossing zou dus gelegen kunnen zijn in zijn aanpassing.