De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/9.2.8:9.2.8 De enquêteprocedure als opstap naar een aansprakelijkheidsprocedure
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/9.2.8
9.2.8 De enquêteprocedure als opstap naar een aansprakelijkheidsprocedure
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652469:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een mogelijke reden voor financiering van de kosten van het onderzoek in de enquêteprocedure vormen de inzet van het onderzoek en het oordeel wanbeleid als pressiemiddel in een opvolgende aansprakelijkheidsprocedure.
Met een (onderzoek in de) enquêteprocedure wordt informatie verzameld die kan worden gebruikt voor een opvolgende aansprakelijkheidsprocedure. Gelet op de uitgebreide bevoegdhedencatalogus van de onderzoeker (art. 2:351-352a BW) en de bijzondere wijze van bewijsgaring in het onderzoek kan een vrij compleet overzicht van alle voor het onderzoek relevante documenten worden verkregen. Daarbij kan met het onderzoek informatie worden verkregen die anders mogelijk niet (of lastig) is te achterhalen (par. 8.3).
Voor gezag van gewijsde van oordelen en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen uit de enquêteprocedure in een opvolgende aansprakelijkheidsprocedure bestaat geen ruimte, nu in de enquêteprocedure en aansprakelijkheidsprocedure niet dezelfde rechtsbetrekkingen in geschil zijn (par. 8.4). Heeft een gelaedeerde toegang tot het onderzoeksverslag en is het hem toegestaan daarvan gebruik te maken in een opvolgende aansprakelijkheidsprocedure (par. 8.5.2), dan kunnen het onderzoeksverslag en de beschikkingen van de Ondernemingskamer bewijswaarde hebben in een opvolgende aansprakelijkheidsprocedure. Uit de lagere jurisprudentie volgt dat ook daadwerkelijk wordt gebruikgemaakt van het enquêtedossier (par. 8.5.6).
Onder de in Laurus door de Hoge Raad gegeven omstandigheden bestaat bovendien de mogelijkheid tot het aannemen van een bewijsvermoeden, in op grond van art. 2:9 BW of art. 6:162 BW door de rechtspersoon gestarte opvolgende aansprakelijkheidsprocedures (par. 8.6.3). Daarbij is mijns inziens niet van belang of de rechtspersoon zelf bij de aansprakelijkheidsprocedure is betrokken als materiële en formele procespartij, of dat een andere partij de aansprakelijkheidsprocedure als formele procespartij start, handelend op basis van volmacht of lastgeving, of als 305a-organisatie. Laurus heeft mijns inziens ook gelding voor de cessionaris van een bestuurdersaansprakelijkheidsvordering (par. 8.2). In de lagere jurisprudentie wordt het bewijsvermoeden uit Laurus beperkt uitgelegd of niet toegepast (par. 8.6.5). Een verklaring daarvoor vormt mogelijk dat de Hoge Raad geen omstandigheden heeft genoemd waaronder het de civiele rechter vrijstaat het bewijsvermoeden aan te nemen. Het ligt voor de hand hier de verantwoordelijkheid van een bestuurder of commissaris voor het wanbeleid of onjuist beleid bij te betrekken (par. 8.6.4).
Verder kan de vernietiging van dechargebesluiten door de Ondernemingskamer voor de rechtspersoon of curator die is aangewezen op art. 2:9 BW de weg openen of vergemakkelijken om aansprakelijkheidsprocedures tegen bestuurders en commissarissen te starten (par. 8.7).
Een enquêteprocedure kan ook een rol spelen als op alternatieve wijze schadeverhaal wordt gezocht, in schikkingsonderhandelingen (par. 8.8.2). Verder kan met de vaststelling van wanbeleid in de enquêteprocedure in een uitkoopprocedure mogelijk een premie worden verkregen op de uitkoopprijs voor de minderheidsaandeelhouder, zoals de Ondernemingskamer in Xeikon toepaste (par. 8.8.3). Eenzelfde mogelijkheid bestaat bij de aandeelhouder die een vordering tot uittreding instelt (par. 8.8.4).