Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VI.A.1
VI.A.1. Inleiding
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS404936:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
M.J.A. VAN MOURIK, L.C.A. VERSTAPPEN, B.M.E.M. SCHOLS, FWJ.M. SCHOLS, B.C.M.WAAIJER, Nieuw Erfrecht, Overgangsrecht en anticipatie, Deventer: WE.J. Tjeenk Willink 1999, p. 2.
Zie over erfrechtelijk overgangsrecht B. WESSELS, Overgangsrecht Boek 4 BW Erfrecht, WPNR (2000) 6388 en over het overgangsrecht in het algemeen bijvoorbeeldB.WESSELS, De wondere wereld van het overgangsrecht, NTBR 1999, nr. 3, en C.J.H. BRUNNER, Algemene beginselen van overgangsrecht nieuw vermogensrecht, WPNR (1991) 6007. Een heel aparte dimensie is het zogeheten 'rechterlijk overgangsrecht'. Zie hierover O.A. HAAZEN, Algemeen deel van het rechterlijk overgangsrecht (diss. Tilburg), Deventer: Kluwer 2001.
Zie over het 'conflict' tussen art. 133 Ow en art. 4:46 BW wat de verwijzing naar 'het loon volgens de wet' betreft. B.M.E.M. SCHOLS, Nieuw Erfrecht 2001, nr. 5, p. 68 en 72 komt via art. 4: 46 BW tot de conclusie dat de oude wet van toepassing is. In gelijke zin E.A.A. LUIJ-TEN en W.R. MEIJER, Nieuw Erfrecht 2005, nr. 2. Anders de door laatstgenoemde auteurs besproken beschikking van de kantonrechter te Venlo van 1 december 2004.
Zie de uitspraak van Rechtbank Maastricht van 3 december 2003, Notafax 2003, 286. Art. 4:145 BW geldt ook voor oude nog niet afgewikkelde nalatenschappen.
Wie (thans) over het Nederlandse erfrecht schrijft, ontsnapt niet aan het overgangsrecht. Verstappen constateert terecht dat het erfrechtelijk overgangsrecht in veel mindere mate 'wegwerprecht' is dan het overgangsrecht bij de invoering van de overige boeken van het NBW.1 Nog tientallen jaren zullen er immers nalatenschappen openvallen, waarbij het 'testament' stamt uit het tijdperk en de context van het oude erfrecht met alle problemen van dien.2
Hiervoor zijn in de verschillende onderdelen reeds enkele overgangsrech-telijke kwesties aangestipt, zoals vraagstukken rondhet loon3 van de executeur of de beschikkingsonbevoegdheid4 van de erfgenamen met betrekking tot zich in een, onder oud erfrecht opengevallen, nalatenschap bevindende goederen, die ten tijde van de invoering van het nieuwe erfrecht nog niet definitief is afgewikkeld. Het belangrijkste overgangsrechtelijk probleem op het terrein van de executele speelt echter rondom de erfrechtelijke rechtsfiguur 'boedelberedderaar', waar ik in dit hoofdstuk uitgebreid op in zal gaan. Eerst zal ik ingaan op de specifieke overgangsrechtelijke regel die geldt voor execu-tele.