Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VI.A.3:VI.A.3. De parallelbepaling voor afwikkelingsbewind, art. 134 Ow
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VI.A.3
VI.A.3. De parallelbepaling voor afwikkelingsbewind, art. 134 Ow
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS406043:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
MvT 26 822, nr. 3, p. 21.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de volledigheid neem ik met betrekking tot de overgangsrechtelijke problematiek ten aanzien van (afwikkelings)bewindde tekst op van art. 134 Ow die overigens wat systematiek betreft gelijk is aan de overgangsregel voor exe-cutele. De wetgever heeft bij testamentair bewindals hoofdregel voor onmiddellijke werking gekozen, omdat het oude recht leemten vertoont en een lo-pendbewindnog zeer geruime tijdna de invoering van het nieuwe erfrecht kan voortduren.1 Dit is vanzelfsprekend weer anders indien het betreffende 'testament' niet 'zwijgt'. Dan wordt de uiterste wil gerespecteerd. Deze gedachten zijn in art. 134 Ow als volgt verwoord:
'Op een testamentair bewind, ingesteld bij een uiterste wil die is opgemaakt voor het tijdstip van het in werking treden van de wet, is vanaf dat tijdstip of, indien het bewind nadien van kracht wordt, vanaf dat latere tijdstip afdeling 5.7 van Boek 4 van toepassing, behoudens voor zover bepalingen in de uiterste wil daarvan afwijken.'
Bij het formuleren van de overgangsregel voor testamentair bewind liep de wetgever uiteraard niet aan tegen de problematiek die wel bij executeurs speelt. Bij executeurs moest immers nog handen en voeten gegeven worden aan het mystieke 'bezit' waarmee zij, in allerlei sacrale formuleringen, meer dan een eeuw zijn overgoten.