Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.2.2
6.2.2 Proportionaliteit in het strafrecht
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS463249:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Voetnoten
Voetnoten
Schuyt, p. 111.
Waarin LOVS staat voor Landelijk Overleg van Voorzitters van de Strafrechtsectoren, thans het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. In deze oriëntatiepunten wordt overigens niet gerefereerd aan strafdoelen (zie www.rechtspraak.nl).
Dit is vermoedelijk het gevolg van de PROMIS-praktijk vanaf 2004-2005 (PROject Motivering In Strafvonnissen, zie www.rechtspraak.nl). Zie de volgende voorbeelden uit de rechtspraak:ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8055 (‘generale preventie’), ECLI:NL:GHARN:2011:BP9358 (‘normhandhaving en speciale preventie’), ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0686 (‘afschrikking’), ECLI:NL:GHLEE:2011:BU6455 (‘normbevestiging’) en ECLI:NL:GHARL:2013:10043 (‘vergelding van leed en normbevestiging’).
In de Wetboeken van Strafrecht en Strafvordering wordt niet expliciet gerefereerd aan het proportionaliteitsbeginsel of aan specifieke, na te streven strafdoelen. In feite is artikel 24 Sr – het draagkrachtprincipe bij het opleggen van een geldboete – het enige artikel waarin de wetgever een strafbeïnvloedende omstandigheid aandraagt waarmee de rechter rekening moet houden.1
In het strafrecht bevindt het algemene uitgangspunt van proportionele bestraffing zich dus enigszins op de achtergrond. Maar het is er wel. Zo blijkt het uit de ‘Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken’2, maar ook uit het feit dat bij de motivering van de strafmaat in strafvonnissen vaak wordt verwezen naar ‘de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overige omstandigheden van het geval’. Daarbij wordt met enige regelmaat melding gemaakt van strafdoelen.3 Vaak blijft echter onbenoemd welke specifieke factoren de strafmaat hebben beïnvloed, en in welke mate en met welk (straf-)doel dat is gebeurd.
Bij het opleggen van een strafbeschikking of het formuleren van de strafeis maakt het OM gebruik van strafvorderingsrichtlijnen, ter vervanging van de eerdere Polarisrichtlijnen. Deze strafvorderingsrichtlijnen bieden het OM handvatten bij de bepaling van de te vorderen straf en vormen daarmee een nadere uitwerking van het proportionaliteitsbeginsel. Niet alleen wordt de hoogte van de straf(eis) er door bepaald, maar ook de keuze voor een bepaalde maatregel of strafmodaliteit (geldboete, taakstraf, vrijheidsstraf etc.). Overigens geven de strafvorderingsrichtlijnen, net als de eerdergenoemde oriëntatiepunten voor de strafrechter, vrijwel geen inzicht in strafdoelen in relatie tot de hoogte van de strafeis.