Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.H.3.a
a. Algemeen
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS473735:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een kernachtige beschrijving van de herverkavelingsprocedure op hoofdlijnen B.F. Preller, ‘De Wet inrichting landelijk gebied, herverkaveling en artikel 15.1.q en s WBR’, p. 12-13.
Stb. 2009, 397 p. 3-4. Zie tevens H.J. Leenen, J.W. van Zundert, ‘Coördinatie landinrichting en ruimtelijke ordening”.
Zie bijv. Rapport Grondmobiliteit, p. 34, waar herverkaveling ‘een traditioneel landinrichtingsinstrument’ genoemd wordt.
C.G. van Huls, ‘Enige fiscale aspecten van de ruilverkavelings-overeenkomst’, in: TKL 1961, p. 278- 279.
Ontleend aan: Interprovinciaal Overleg, Dienst Landelijk Gebied en Kadaster, Verkavelen met de WILG, p. 9 e.v. Zie voor een kostenvergelijking tussen kavelruil en herverkaveling R Bouwmeester, ‘Verkavelingspuzzel is af bij laatste stukje’, p. 10.
De civielrechtelijke ontleding van de kavelruil wordt afgesloten met een beschouwing over de verhouding tussen kavelruil en zijn ‘dwingende’ grote broer, de herverkaveling.1 De Nota van Toelichting bij het Besluit inrichting landelijk gebied verwoordt het aldus:
“De WILG kent twee vormen van landinrichting: de wettelijke herverkaveling en de ruilverkaveling bij overeenkomst, ook wel bekend als (vrijwillige) kavelruil. De procedures voor wettelijke herverkaveling en Itavelruil zijn afzonderlijke procedures.
Wettelijke herverkaveling vindt plaats met toepassing van hoofdstuk 8, titel 3, van de WILG. Bij wettelijke herverltaveling kunnen gedeputeerde staten de gewenste inrichtingssituatie van een gebied eenzijdig en dwingend bepalen en realiseren met inachtneming van de in de WILG voorziene inspraak- en rechtsbeschermingsprocedures. Dat (vrijwillige) kavelruil een vorm van landinrichting is, vloeit voort uit artikel 1, onderdeel I, van de WILG. Kavelruil onderscheidt zich door zijn vrijwillige en consensuele karakter van de wettelijke herverkaveling. Het bij wettelijke herverkaveling gehanteerde begrip «blok» is voor kavelruil niet relevant Op grond van artikel 85, eerste lid, van de WILG is ruilverkaveling bij overeenkomst de schriftelijk aan te gane en in de openbare registers in te schrijven overeenkomst waarbij drie of meer eigenaren zich verbinden om bepaalde, hun toebehorende onroerende zaken samen te voegen, vervolgens de gegeven massa op bepaalde wijze te verkavelen en daarna onder elkaar bij notariële akte te verdelen.”2
Kavelruil en herverkaveling vormen sinds de invoering van de WILG samen het (enigszins karige) ‘keuzemenu’ waar de praktijk het in landinrichtingskwesties mee zal moeten stellen. Per project zal een keuze moeten worden gemaakt tussen de beide familieleden, waarbij de herverkaveling dikwijls wordt beschouwd als de grote, verstandige, volwassen en ervaren broer en de kavelruil als kleine, impulsieve en puberale nakomeling.3 Dat de ontwikkeling van kavelruil als zelfstandig alternatief naast de herverkaveling geleidelijk is gegaan, blijkt uit de navolgende woorden van Van Huls uit 1961 :
“Zelfs in de gevallen dat van een toekomstige ruilverkaveling in de ware zin des woords geen sprake is, doch het siecftts in de bedoeling van een klein groepje eigenaren ligt onderling te ruilen teneinde een doelmatiger ligging van hun grondbezit te verkrijgen, wordt gebruikmaking van de ruilverkavelingsovereenkomst aanbevolen en gestimuleerd."4
Beide instrumenten hebben hun voor- en nadelen. Zo is kavelruil eenvoudig, snel in te zetten, geschikt voor resultaat op korte termijn en is door het vrijwillig karakter het draagvlak maximaal. Daarnaast biedt herverkaveling onder meer de mogelijkheid om een resultaat, indien nodig, af te dwingen, waardoor succes verzekerd is, maakt het een (wettelijk geregelde) schadevergoeding mogelijk, is er een uitgebreide rechtsbescherming en kunnen grote infrastructurele voorzieningen in het project worden ingepast.
Kavelruil heeft als nadeel dat ‘afhakers’ de doorgang van het gehele project in gevaar kunnen brengen, heeft een beperkt doelbereik. Daarnaast is het uiteindelijke resultaat van het project vooraf moeilijk in te schatten. De volatiliteit van het instrument leidt dikwijls tot (rechts)onzekerheid. Daarnaast wordt de herverkaveling ervaren als complex, log en traag, is het draagvlak vanwege het dwangelement onzeker en zijn de (uitvoerings)kosten, zeker afgezet tegen de kavelruil, aanzienlijk.5