De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/7.3.1:7.3.1 Inleiding
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/7.3.1
7.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS397620:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ 4 juli 1985, zaak 168/84, Jur. 1985, blz. 2251 (Berkholz) en HvJ 2 mei 1996, zaak C-231/94, VN 1996, blz. 2120 (Faaborg-Gelting Linien).
HvJ 17 juli 1997 zaak C-190/95, VN 1997, blz. 2933 (ARO Lease).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het bestaan van een vaste inrichting is vereist dat een onderneming in een ander land duurzaam beschikt over personeel en middelen die voor de betrokken dienstverrichtingen noodzakelijk zijn.1 In ARO Lease2 spreekt het Hof van Justitie van een structuur die geschikt is om een zelfstandige verrichting van de betrokken diensten mogelijk te maken. In de door het Hof van Justitie gegeven definitie van het begrip vaste inrichting zijn verschillende relevante elementen te onderkennen, te weten:
personeel en middelen (die noodzakelijk zijn om de betrokken diensten zelfstandig te verrichten);
beschikken over;
duurzaamheid;
In de volgende paragrafen zal achtereenvolgens op deze drie elementen worden ingegaan.