Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 300
Beroep tot nietigverklaring — Procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming — Gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in internationale handel — Keuze van rechtsgrondslag — Art. 133 EG en 175 EG.
HvJ EG 10-01-2006, ECLI:EU:C:2006:2
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
10 januari 2006
- Magistraten
Mrs. C.W.A. Timmermans, J. Makarczyk, C. Gulmann, P. Kũris en J. Klučka
- Zaaknummer
C-94/03
C-178/03
- Conclusie
A-G Kokott
- LJN
AV8681
- Vakgebied(en)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2006:2, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 10‑01‑2006
- Wetingang
EG-Besluit 2003/106; Verdrag van Rotterdam
Essentie
Europese Commissie tegen Raad van de EU, resp. Europese Commissie tegen Europees Parlement en Raad van de EU
Beroep tot nietigverklaring — Procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming — Gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in internationale handel — Keuze van rechtsgrondslag — Art. 133 EG en 175 EG.
Volgens vaste rechtspraak moet de keuze van de rechtsgrondslag voor een gemeenschapshandeling, met inbegrip van die welke wordt vastgesteld met het oog op het sluiten van een internationale overeenkomst, berusten op objectieve gegevens, die voor rechterlijke toetsing vatbaar zijn. Indien na onderzoek van een gemeenschapshandeling blijkt dat zij een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.