Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 305
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 68 en 234 EG, ingediend door het Bundesgerichtshof 27 november 2003. Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken. EG-Insolventieverordening — temporeel toepassingsgebied — verplaatsing centrum voornaamste belangen van de schuldenaar — bevoegde rechter.
HvJ EG 17-01-2006, ECLI:EU:C:2006:39 (Staubitz-Schreiber)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
17 januari 2006
- Magistraten
Mrs. V. Skouris, P. Jann, C.W.A. Timmermans, A. Rosas, J. Malenovský, A. La Pergola, J.-P. Puissochet, R. Schintgen, N. Colneric, S. von Bahr, J. Klučka, U. Lõhmus, E. Levits
- Zaaknummer
C-1/04
- Conclusie
A-G Ruiz-Jarabo Colomer
- LJN
AV2280
- Roepnaam
Staubitz-Schreiber
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Europees insolventierecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2006:39, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 17‑01‑2006
- Wetingang
Insolventieverordening art. 3 lid 1
Essentie
Susanne Staubitz-Schreiber
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 68 en 234 EG, ingediend door het Bundesgerichtshof 27 november 2003. Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken. EG-Insolventieverordening — temporeel toepassingsgebied — verplaatsing centrum voornaamste belangen van de schuldenaar — bevoegde rechter.
Art. 3 lid 1 Insolventieverordening moet aldus worden uitgelegd dat de rechter van de lidstaat waar het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is op het moment waarop deze laatste het verzoek om opening van de insolventieprocedure indient, bevoegd blijft om deze procedure te openen wanneer de schuldenaar het centrum van zijn voornaamste belangen naar het grondgebied ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.