Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 510
HvJ EG, 09-03-2006, nr. C-436/04
HvJ EG 09-03-2006, ECLI:EU:C:2006:165
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
9 maart 2006
- Magistraten
C.W.A. Timmermans, R. Schintgen R. Silva de Lapuerta, G. Arestis, J. Klučka
- Zaaknummer
C-436/04
- Conclusie
A-G Ruiz-Jarabo Colomer
- LJN
AW8904
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2006:165, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 09‑03‑2006
- Wetingang
Essentie
Strafrechtelijke procedure tegen Leopold Henri Van Esbroeck
verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 35 EU, ingediend door het Hof van Cassatie (België) bij beslissing van 5 oktober 2004. Beginsel ne bis in idem — Toepassing ratione temporis — Begrip ‘dezelfde feiten’ — Invoer en uitvoer van verdovende middelen waarvoor vervolging in verschillende overeenkomstsluitende staten is ingesteld.
Het beginsel ne bis in idem, dat is neergelegd in artikel 54 van de Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, ondertekend op 19 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.