Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 83
HvJ EG, 14-12-2006, nr. C-283/05: ASML
HvJ EG 14-12-2006, ECLI:EU:C:2006:787 (ASML)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
14 december 2006
- Magistraten
P. Jann, K. Lenaerts, J.N. Cunha Rodrigues, M. Ilešic, E. Levits; A-G P.
- Zaaknummer
C-283/05
- Conclusie
A-G Léger
- LJN
AZ6794
- Roepnaam
ASML
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2006:787, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 14‑12‑2006
ECLI:EU:C:2006:617, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 28‑09‑2006
- Wetingang
EEX-Verord. art. 34 onder 2
Essentie
ASML Netherlands BV tegen Semiconductor Industry Services GmbH (SEMIS)
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 68 en 234 EG, ingediend door het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) bij beslissing van 30 juni 2005. Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Art. 34 sub 2 EEX-Verordening. Bij verstek gegeven beslissing. Weigeringsgrond. Begrip verweerder tegen wie verstek werd verleend en die ‘in staat’ was daartegen een rechtsmiddel aan te wenden. Beslissing niet betekend of medegedeeld.
Art. 34 sub 2 EEX-Verordening moet aldus worden uitgelegd dat een verweerder alleen ‘in staat’ is om een rechtsmiddel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.