RFR 2022/108
Beantwoordt de HR de prejudiciële vragen die zijn gesteld over de erkenning van ouderschap van een in het buitenland uit een draagmoeder geboren kind?
HR 13-05-2022, ECLI:NL:HR:2022:685
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
13 mei 2022
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink
- Zaaknummer
21/05230
21/05231
- Conclusie
A-G mr. P. Vlas
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS659545:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:685, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 13‑05‑2022
- Wetingang
Art. 10:100, 10:101 BW
Essentie
Beantwoordt de Hoge Raad de prejudiciële vragen die zijn gesteld over de erkenning van ouderschap van een in het buitenland uit een draagmoeder geboren kind? De vragen betroffen het toepasselijke recht op de afstamming (het conflictenrecht) en vragen over de erkenning, het procesrecht en de burgerlijke stand.
Samenvatting
De rechtbank Den Haag stelde in twee draagmoederschapszaken een aantal prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over het conflictenrecht, de erkenning van het kind, het procesrecht de burgerlijke stand.
HR: De Hoge Raad ziet in beide zaken af van beantwoording van de vragen die de rechtbank heeft gesteld. Beantwoording ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.