Het recours objectif, een herwaardering
Einde inhoudsopgave
Het recours objectif, een herwaardering (SteR nr. 56) 2022/1.3:1.3 Het recours subjectif
Het recours objectif, een herwaardering (SteR nr. 56) 2022/1.3
1.3 Het recours subjectif
Documentgegevens:
mr. B. Assink, datum 01-09-2022
- Datum
01-09-2022
- Auteur
mr. B. Assink
- JCDI
JCDI:ADS675364:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld de Awb-wetgever in Kamerstukken II 1991-1992, 22 495, nr. 3, p. 34.
Zie ook Polak e.a. 2004, p. 42 en Van Buuren 1982, p. 35.
Over het centraal stellen van de bestuursrechtelijke rechtsbetrekking onder meer Van Ommeren & Huisman 2013; Backes & Jansen 2010; Backes 2008, p. 39 e.v.; Lubach 2003, p. 255-258 en Schlössels 2003(a).
Vgl. De Waard 2015, p. 27.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een ander perspectief op de rechtsstatelijke functie van de bestuursrechtelijke beroepsprocedure is het recours subjectif. Waar in een recours objectif de handhaving van het objectieve recht en de daarin besloten liggende rechtsstatelijke uitgangspunten de aanleiding vormt voor het hanteren van een controle- of toezichtsmodel, gaat het in een recours subjectif om het beschermen van de rechtspositie en belangen van de rechtzoekende. Van-daar dat ook wel wordt gesproken van (individuele) rechtsbescherming.1 Niet het algemene rechtsstatelijke belang van de handhaving van rechtmatig bestuur staat centraal, maar het subjectieve belang van de eiser die de beroepsprocedure initieert. Dat belang kan bestaan uit de primaire bescherming van grondrechten, andere door het publiekrecht toegekende aanspraken, vermogensrechten, of het toekennen van schadevergoeding als ‘secundaire’ vorm van bescherming tegen onrechtmatig bestuur.2 Waar in het recours objectif de eiser min of meer een figurant in de beroepsprocedure is, fungeert hij in het recours subjectif juist als hoofdrolspeler.
Omdat het in een recours subjectif draait om herstel van de rechten van de eiser op grond van zijn vordering, kan idealiter worden gesproken van een vorderings- of verzoekmodel. Aangezien de focus in een recours subjectif ligt op de concrete rechtsverhouding tussen het bestuursorgaan en de individuele burger, is het logisch dat strengere eisen worden gesteld aan de hoedanigheid van de indiener van het beroep. Hierbij gaat het vooral om eisen op het gebied van individuele belanghebbendheid en procesbelang.
In een recours subjectif is het vanwege de nadruk op de rechtspositie en belangen van de eiser passend dat hij de omvang van het geding bepaalt. De rechtzoekende komt in zoverre procesautonomie toe. De bestuursrechter zal daarom niet ultra petita gaan. Het bestuurshandelen wordt slechts getoetst voor zover dat door de eiser wordt aangevallen. Omdat het individuele belang van de rechtzoekende in de beroepsprocedure centraal staat, zal de uitkomst van de procedure niet tot een reformatio in peius mogen leiden. De procedeerrisico’s voor de rechtzoekende worden zo veel mogelijk beperkt. Er wordt dus voorrang gegeven aan het beschermen van de positie van de eiser ten koste van het handhaven van het objectieve recht. De handhaving van bijvoorbeeld de eis van wetmatig bestuur geldt in een recours subjectif daarom niet onverkort. De verwezenlijking daarvan kan ook afhankelijk worden gesteld van de vraag of de geschonden norm het belang van de eiser beschermt (relativiteitseis), en of sprake is van benadeling van de rechtzoekende.
In een volwaardig recours subjectif beperkt de rechterlijke taak zich bovendien niet tot de toetsing van besluiten. Schending van de subjectieve rechten van de rechtzoekende kan immers ook plaatsvinden door feitelijk of privaatrechtelijk handelen van het bestuur. De gehele bestuursrechtelijke rechtsbetrekking tussen bestuursorgaan en burger staat centraal.3 In vergelijking met het recours objectif zijn in een recours subjectif daarom gedifferentieerde rechterlijke afdoeningsmogelijkheden noodzakelijk om de individuele positie van de rechtzoekende te beschermen, of om de rechtsbetrekking tussen rechtzoekende en bestuursorgaan definitief en ex nunc vast te stellen. Hierbij kan worden gedacht aan ge- of verboden, een declaratoire uitspraak, en het toekennen van schadevergoeding. Omdat in een recours subjectif veel aandacht is voor de concrete rechtsbetrekking tussen bestuursorgaan en burger, heeft de uitspraak vooral betekenis voor de procespartijen (inter partes werking van de uitspraak). Een vernietigingsberoep met erga omnes werking ligt hier niet voor de hand, aangezien de beroepsprocedure sterk het karakter heeft van een partijenproces.4