Intellectuele eigendom in het conflictenrecht
Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/7.2.2.d:7.2.2.d Conclusie
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/7.2.2.d
7.2.2.d Conclusie
Documentgegevens:
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS466476:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1028. Vatten wij bovenstaand onderzoek naar de subject-vraag kort samen. De subject-vraag, zo hebben wij gezien, is een inherent element van de bescherming van de rechten der auteurs op hun werken van letterkunde of kunst, waarop de Berner Conventie van toepassing is. Uit het onderzoek blijkt dat de conventie zelf geen dwingend verdragsautonoom auteursbegrip kent. Bijgevolg wordt de subject-vraag — net als de andere elementen van de bescherming — 'gewoon' beheerst door het beginsel van nationale behandeling en de daarin besloten liggende conflictregel, de lex loci protectionis. Dat lijdt alleen uitzondering in het kader van de morele rechten: in artikel 6bis wordt, in afwijking van de rest van de conventie, met de 'auteur' uitsluitend de schepper bedoeld. In het kader van de morele rechten kent de conventie dus een dwingend verdragsautonoom auteursbegrip; hier is de invulling van het begrip 'auteur' niet overgelaten aan de lex loci protectionis.
1029. Ten slotte hebben wij gezien dat de regeling in artikel 14bis inzake het cinematografische werk in dit alles geen verandering brengt. Deze regeling herhaalt het algemene uitgangspunt dat de subject-vraag wordt beheerst door het beginsel van nationale behandeling en de daarin besloten liggende conflictregel, de lex loci protectionis. Daarop borduurt zij voort met een regeling die, gegeven dit uitgangspunt, de internationale exploitatie van cinematografische werken moet vergemakkelijken (namelijk door de invoering van een legitimatie-vermoeden voor de landen met het `schepper-systeem'). Aan het uitgangspunt dat de subject-vraag wordt beheerst door het beginsel van nationale behandeling en de daarin besloten liggende lex loci protectionis, doet de regeling van artikel 14bis dus geen afbreuk. Integendeel, zij bestendigt dit uitgangspunt uitdrukkelijk in lid 2 onder a.