Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.7.7
16.7.7 Forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht en voorlopige of bewarende maatregelen
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS416878:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Par. 16.7.2.
MvT Wetsvoorstel 26 855, nr. 3, p. 46, bijv. Vzr. Rb. Amsterdam 28 februari 2003, NIPR 2004, 365.
Verheul, NJB 1967, p. 892; Verheul, Rechtsmacht, Deel II, p. 267 beide met verwijzingen naar een rechtspraak. Schenk, kort geding, p. 84; Kramer, NIPR 2003, p. 243; Pres. Rb. Middelburg 1 december 1993, NJ 1994, 49: Hof 's-Gravenhage 26 november 1986, NIPR 1987, 256; Hof 'sGravenhage 7 april 1982, S&S 1982, 82; Pres. Rb. Middelburg 2 december 1981 S&S 1982, 60; Rb. Amsterdam 28 februari 2003, NIPR 2004, 365 (derogatie door een arbitraal beding).
Vzr. Rb. Amsterdam 28 februari 2003, NIPR 2004, 365; anders: Kramer, Het kort geding, p. 165 en NIPR 2003, p. 243.
H. Boularbah e.a., Le nouveau droit international privé belge, JT 2005, nr. 6173, p. 173-203, par. 43.
Memorie van Toelichting art. 10 WIPR; H. Boularbah e.a., Le nouveau droit international privé belge, JT 2005, nr. 6173, p. 173-203, par. 43; De Groote, in: Erauw e.a., Het WIPR becommentarieerd, p. 56.
Kramer, Het kort geding, p. 52 en Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 111.
Memorie van Toelichting art. 10 WIPR.
Voor burgerlijke en handelszaken heeft art. 13 Rv slechts een beperkte betekenis, omdat een beperking van het formele toepassingsbereik van art. 31 EEX-V°/24 Verdrag ontbreekt. ).1 Buiten het materiële toepassingsbereik van EEX-V°Nerdrag heeft art. 13 Rv wel betekenis en omvat mede het kort geding.2 Naar Nederlands commuun internationaal privaatrecht gaat het om de verhouding tussen de art. 8 en 13 Rv. Art. 8 Rv regelt zowel prorogatie (lid 1) als derogatie (lid 2) van de Nederlandse rechter ten gevolge van een forumkeuze. Art. 13 Rv bepaalt dat de Nederlandse rechter bevoegd is tot het nemen van voorlopige of bewarende maatregelen, indien hij met betrekking tot de zaak ten gronde geen bevoegdheid heeft. Voor het beoordelen van de verhouding tussen de art. 8 en 13 Rv maak ik dan ook onderscheid tussen de volgende casusposities:
De voorlopige of bewarende maatregelen worden verzocht aan een gederogeerde rechter.
De aangewezen rechter is aangezocht tot het treffen van voorlopige of bewarende maatregelen.
Naar Nederlands commuun internationaal privaatrecht staat een forumkeuze niet in de weg aan voorlopige of bewarende maatregelen (inclusief een kort geding) door de gederogeerde Nederlandse rechter, indien de Nederlandse rechter volgens zijn interne regels bevoegd is 3Art. 13 Rv vereist geen reële band anders dan art. 31 EEX-V°/24 Verdrag en deze voorwaarde moet gelet op de wetsgeschiedenis ook niet impliciet in deze bepaling worden gelezen.4 Een 'voldoende aanknopingspunt' is voldoende en dat is ruimer dan een 'reële band'. Anderzijds is de Nederlandse rechter ook bevoegd, indien hij krachtens forumkeuze is aangewezen als bevoegde rechter. Zijn bevoegdheid vloeit dan rechtstreeks voort uit de forumkeuze. Ook het kort geding kan zonder verdere voorwaarden bij de gekozen rechter worden aanhangig gemaakt.
De Belgische evenknie van art. 10 WIPR is vergelijkbaar met art. 13 Rv, maar in twee opzichten strenger. Art. 10 WIPR laat slechts voorlopige of bewarende maatregelen en uitvoeringsmaatregelen toe in dringende (spoedeisende) gevallen.5 Voorts bepaalt art. 10 WIPR dat de maatregelen betrekking moeten hebben op personen of goederen in België. Art. 10 WIPR wijkt door deze voorwaarden ook af van art. 31 EEX-V°/24 Verdrag. Over maatregelen door de Belgische rechter die krachtens een forumkeuze rechtsmacht heeft, bepaalt art. 10 WIPR niets. In geval van een forumkeuze voor de Belgische rechters vloeit diens bevoegdheid voort uit art. 6 WIM.6 De voorwaarden van art. 10 WIPR mogen dan niet worden gesteld.
De Belgische gerechten zijn eveneens bevoegd, indien een forumkeuze aan hun rechtsmacht derogeert, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van art. 10 WIPR. Deze bepaling regelt daar weliswaar niets expliciet over, maar er zijn geen redenen om aan te nemen dat deze maatregelen door een forumkeuze niet meer mogelijk zouden zijn. De Belgische gerechten zullen bevoegd moeten zijn onder art. 10 WIPR, omdat andere bevoegdheidsgronden bij een exclusieve forumkeuze niet in aanmerking komen.7 Ook de wetsgeschiedenis lijkt in deze richting te wijzen.8Ik leid dat bovendien af uit de slotzinsnede van art. 10 WIPR: 'zelfs indien de Belgische rechters krachtens deze wet niet bevoegd zijn om van de zaak zelf kennis te nemen.' Art. 7 WIPR leidt immers in beginsel tot onbevoegdheid van de Belgische rechters. Hoewel de bepaling spreekt over 'deze wet' dient ook een forumkeuze eronder te vallen waarop een bijzonder verdrag zoals het CMR of het Haags Forumkeuzeverdrag van toepassing is.