Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/3.3.3:3.3.3 Rechtsnormen
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/3.3.3
3.3.3 Rechtsnormen
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS460889:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze bepaling is voor het fiscale bestuurlijke boeterecht buiten toepassing verklaard in artikel 67pb AWR (zie verder onderdeel 4.2.1.3).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een rechtsnorm is een concrete uitwerking van een bovenliggend, abstract rechtsbeginsel. Door overheidshandelen, zoals het sluiten van verdragen, het uitvaardigen van wetgeving en beleid en het doen van rechterlijke uitspraken, wordt de normatieve lading van rechtsbeginselen getransformeerd in kenbare rechtsnormen. Een rechtsnorm onderscheidt zich van een rechtsbeginsel door de nadere concretisering van rechtsplichten en rechtsaanspraken, waarbij de rechtsplicht voor de één gepaard gaat met een rechtsaanspraak voor de ander. In het (fiscale) bestuursrecht, waar de relatie tussen burger en overheid centraal staat, richten de rechtsbeginselen zich met name op het normeren van de rechtsbetrekking tussen de betrokken burger en het handelende bestuursorgaan. Een burger heeft bijvoorbeeld op grond van het evenredigheidsbeginsel ‘recht’ op een evenredige belangenafweging door het bestuursorgaan; deze laatste heeft dan tegelijkertijd de ‘plicht’ om hiervoor zorg te dragen.
Overigens vloeien uit rechtsbronnen niet slechts rechtsnormen voort. Ook andere bepalingen die samenhangen met het proces van normstelling, maar die ‘sec’ gezien geen normerende werking hebben, kunnen voortgebracht worden door rechtsbronnen. Dergelijke faciliterende regels dragen bijvoorbeeld bij aan de werking, toepassing of handhaving van rechtsnormen. Ook regels ten aanzien van de (organisatorische) inrichting van het besluitvormingstraject kunnen mijns inziens hieronder worden geschaard. Een voorbeeld van een ondersteunende bepaling in het bestuurlijke boeterecht is naar mijn mening de vereiste functiescheiding tussen degene die de overtreding constateert en de persoon die daadwerkelijk tot beboeting overgaat (artikel 10:3, vierde lid, Awb).1
Voor dit onderzoek is van belang dat de vier beginselen die in hoofdzaak van toepassing zijn op het proces van geïndividualiseerde straftoemeting – het onpartijdigheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel – worden geduid (zie onderdeel 1.5). Door het normatieve element uit deze beginselen te destilleren, wordt een algemeen beeld verkregen van het rechten- en verplichtingenkader. Daar wil ik bij aantekenen dat het met name zal gaan om het duiden van de verplichtingen voor de bestraffende instantie enerzijds en de rechten van de belanghebbende anderzijds. Gezien de onschuldpresumptie en het daarmee gepaard gaande beginsel dat een verdachte niet aan zijn eigen veroordeling hoeft mee te werken, lijkt het mij op voorhand onwaarschijnlijk dat er ‘plichten’ op de te beboeten belanghebbende zullen rusten die de bestraffende instantie, de inspecteur of de strafrechter, op zijn beurt zou kunnen afdwingen (zie verder onderdeel 3.4.4 en hoofdstuk 5).
In de hoofdstukken 4 tot en met 7 wordt de normatieve uitwerking van de vier hiervoor genoemde beginselen in het nationale recht behandeld. Het nationale straf- en boeterecht worden echter in toenemende mate beïnvloed door het internationale recht dat een belangrijke rol speelt op het snijvlak van rechtsbeginsel en rechtsnorm. Vandaar dat in het volgende onderdeel het internationale recht zal worden besproken.