Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/4.3.2.1
4.3.2.1 Vervulling van vereisten voor overdracht bij verkrijging door de vervreemder
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS478050:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Faber 1997, p. 184.
HR 26 maart 1982, NJ 1982/615, m.nt. W.M. Kleijn (SOS/ABN). Zie ook MvA II Inv., Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1249.
Zie ook art. 1:380 BW voor de provisionele bewindvoerder die kan worden benoemd hangende een verzoek tot ondercuratelestelling.
In vergelijkbare zin W.M. Kleijn in zijn noot bij HR 26 maart 1982, NJ 1982/615, (SOS/ABN). Anders: MvA, Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1253, waar – mijns inziens ten onrechte – het gevolg van een bewind voor een levering bij voorbaat op één lijn wordt gesteld met het effect van een curatele.
MvA II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 380 en 396-397. Zie daarover Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/228 en 288.
MvA I Inv., Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1253. In vergelijkbare zin W.L.C. van der Grinten in zijn noot bij HR 30 januari 1987, NJ 1987/530 (WUH/Emmerig q.q.); Kortmann 1989, p. 61; en Blom 1989, 19.
154. De levering zal slechts tot een overdracht leiden indien aan alle vereisten voor de overdracht van het goed wordt voldaan op het moment dat het goed door de vervreemder wordt verkregen.1 Dit betekent in de eerste plaats dat de vervreemder op dit tijdstip beschikkingsbevoegd dient te zijn ten aanzien van het bij voorbaat geleverde goed. Daarnaast zal op dat doorslaggevende tijdstip het geleverde goed overdraagbaar moeten zijn (vgl. art. 3:83 BW) en dient er een geldige titel voor de overdracht te bestaan (art. 3:84 lid 1 BW). Wordt op het moment dat het goed wordt verkregen door de vervreemder aan één van deze vereisten niet voldaan dan blijft een overdracht uit.
Ontbreekt het de vervreemder op het moment dat het bij voorbaat geleverde goed door hem wordt verkregen aan de bevoegdheid om over het goed te beschikken, dan blijft een automatische overdracht of bezwaring uit. Het typische voorbeeld hiervan is het geval dat de vervreemder failleert voordat hij zelf het goed verkrijgt. Indien de vervreemder het goed verkrijgt nadat hij failliet is verklaard, is hij op het tijdstip van de verkrijging krachtens art. 23 Fw immers onbevoegd om – ten opzichte van de failliete boedel – over zijn vermogen te beschikken.2 Het bij voorbaat geleverde goed dat na aanvang van het faillissement van de vervreemder door hem wordt verkregen, valt in de boedel, zoals art. 35 lid 2 Fw buiten twijfel stelt.3
Een ander voorbeeld is het tussentijds instellen van een meerderjarigenbewind ten aanzien van het bij voorbaat geleverde goed. De uitwerking hiervan is vergelijkbaar met die van een faillietverklaring. Op de voet van art. 1:431 lid 1 BW kan het bewind ook de goederen omvatten die de meerderjarige “zullen toebehoren”.4 Het bewind heeft tot gevolg dat de rechthebbende nog slechts met medewerking van de bewindvoerder over de onder bewind gestelde goederen kan beschikken (art. 1:438 lid 2 BW). De gevolgen van het bewind zijn op dit punt gelijk te stellen met die van een surseance. De conclusie is dat, op het moment dat het bij voorbaat geleverde goed wordt verkregen door de vervreemder, de beschikkingsonbevoegdheid die het gevolg is van het bewind verhindert dat de levering een automatische overdracht kan effectueren.5 Het gevolg van een tussentijdse ondercuratelestelling van de vervreemder moet van de hiervoor genoemde gevallen worden onderscheiden. De curatele leidt niet tot beschikkingsonbevoegdheid, maar tot handelingsonbekwaamheid van de vervreemder (art. 1:381 lid 2 BW). Zijn handelingsonbekwaamheid staat echter niet in de weg aan de automatische overdracht of bezwaring van het bij voorbaat geleverde goed. De handelingsbekwaamheid is slechts relevant op het tijdstip waarop de vervreemder zijn medewerking verleent aan de levering, bijvoorbeeld bij het opmaken van de daartoe bestemde akte.6 Het nadien intreden van handelingsonbekwaamheid (of een andere gebeurtenis die de persoon van de vervreemder betreft) verhindert noch de voltooiing van de levering, noch de automatische overdracht als gevolg van een eerder voltooide levering bij voorbaat.7