Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.1
15.1 Inleiding
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366362:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De Europese Commissie heeft naar aanleiding van het grote aantal nationale vrijstellingen en ontheffingsmogelijkheden nader onderzoek aangekondigd naar de toelaatbaarheid daarvan onder de richtlijn. Zie het Europese Commissie 2012 – Verslag toepassing Richtlijn 2004/25/EG, nr. 17 en 24). Eerder al constateerde de Commissie al dat lidstaten veelvuldig gebruik maakten van de vrijheid om vrijstellingen te creeeren, zie Europese Commissie 2007 – Report implementation Takeover Bids Directive, p. 10. Zie met name over het meest recente rapport Skog/Sjöman 2014 en European Company Law Experts 2013, p. 7-9. In dit hoofdstuk blijft deze kwestie grotendeels buiten beschouwing (zie eerder § 3.3.4.3)
De vrijstellingen voor de beschermingsstichting en het AK (art. 5:71 lid 1 sub d en d Wft) kwamen reeds in hoofdstuk 8 aan de orde; deze zijn voornamelijk relevant voor het daar besproken defensieve acting in concert.
Het Nederlandse recht kent een groot aantal vrijstellingen van de biedplicht. Onder de Overnamerichtlijn zijn vrijstellingen toegestaan, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de in de richtlijn geboden bescherming van minderheidsaandeelhouders (§ 3.3.4). Deze systematiek heeft ertoe bijgedragen dat binnen de EU tientallen verschillende vrijstellingen bestaan en nog steeds komen er geregeld nieuwe bij.1
In dit hoofdstuk analyseer ik eerst de thans bestaande vrijstellingen van de biedplicht voorzover die gerelateerd zijn aan acting in concert (§ 15.2).2 Hier bespreek ik ook de gratiemogelijkheid (§ 15.2.3), ondanks dat hier niet van een echte vrijstelling kan worden gesproken. Na de bestaande vrijstellingen komt aan de orde welke vrijstellingen naar mijn mening wel (§ 15.3) en niet (§ 15.4) zouden moeten worden ingevoerd. Vervolgens ga ik in op het verlies van de vrijstelling, waarbij zowel de oorzaken als de gevolgen daarvan aan de orde komen (§ 15.5). Ten slotte sta ik stil bij de ontheffing van de biedplicht, die, hoewel zij niet van rechtswege werkt, maar op grond van een beslissing van de rechter, materieel als een vrijstelling werkt (§ 15.6).