Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/15.1:15.1 Inleiding
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/15.1
15.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197356:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Duitsland heeft een federale grondwet. Daarnaast hebben ook alle deelstaten een eigen grondwet. Ik richt mij uitsluitend op het in de federale grondwet opgenomen eigendomsrecht.
Voor een beschrijving van de wijze waarop mensenrechtenverdragen doorwerken in de Duitse rechtsorde verwijs ik naar Uzman 2013, p. 370-373.
Artikel 1, lid 3, Grundgesetz.
BVerfG 14 oktober 2004, BVerfGE 111, 307 (Görgülü).
Uzman 2013, p. 371.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit laatste hoofdstuk uit het rechtsvergelijkend deel van mijn proefschrift is gewijd aan het in de Duitse grondrecht (Grundgesezt) opgenomen eigendomsgrondrecht.1 Meer in het bijzonder wat de invloed van deze bepaling is op Duitse belastingheffing. In Duitsland neemt de eigen grondwet een dominante positie in op het gebied van bescherming van mensenrechten. Daardoor is een bescheiden rol weggelegd voor internationale mensenrechtenverdragen.2 Op dit punt verschilt Duitsland wezenlijk van Nederland en het Verenigd Koninkrijk. In de rechtsorde van deze twee laatstgenoemde landen zijn burgers en rechtspersonen voor mensenbescherming volledig afhankelijk van internationale verdragen als het EVRM. Daarmee is overigens niet gezegd dat internationale mensenrechtenverdragen van geen belang zijn in de Duitse rechtsorde. Internationale verdragen hebben in Duitsland dezelfde status als federale formele wetgeving. Aangezien het Grundgesetz voorrang heeft op formele wetgeving,3 heeft dat ook te gelden voor internationale verdragen. Het BVerfG is niet bereid gebleken om hierover van koers te veranderen.4 Toch werkt het EVRM door in de Duitse rechtsorde, en wel doordat het BVerfG ernaar streeft om de grondwet zodanig uit te leggen dat strijd met het EVRM wordt voorkomen (verdragsconforme interpretatie). Evenals in het Verenigd Koninkrijk (vgl. par. 14.2) is de gedachte hierachter dat de wetgever loyaal is aan de aangegane verdragsverplichtingen.5