De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/4.4.10:4.4.10 De reikwijdte van de leerstukken
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/4.4.10
4.4.10 De reikwijdte van de leerstukken
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS389717:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kantonrechter Utrecht 29 augustus 2012, JAR 2012/267, ROR 2012/25, RO 2012/67 (Novio).
Zie hierover ook mijn annotatie bij deze uitspraak in TRA. I. Zaal, ‘Geen richtlijnconforme uitleg van art. 6 Richtlijn overgang van ondernemingen.’, TRA 2013, 8.
Hof Amsterdam 23 juli 2013, JAR 2013/224 (BT).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hierboven besproken zaken hebben alle betrekking op het advies- en beroepsrecht van de or. Tot eind 2012 was onduidelijk of medeondernemerschap of toerekening zich ook voor kan doen bij andere bevoegdheden van de or, zoals het instemmingsrecht. In de zaak-Novio is voor het eerst medeondernemerschap aangenomen buiten het advies- en beroepsrecht. Deze uitspraak die onderdeel is van een reeks uitspraken rondom een concessie binnen het Connexxion-concern, heeft betrekking op de vraag of de or van Novio na de overgang van onderneming blijft bestaan (zie hierover 3.7). In een art. 36 WOR-procedure stelt de or van Novio dat hij na de overgang van de activiteiten naar Hermes is blijven bestaan. Hij vordert naleving van zowel Hermes als Connexxion Holding (de moedervennootschap). Als verweer voeren Connexxion Holding en Hermes aan dat de or van Novio alleen bevoegd is jegens de eigen ondernemer. De kantonrechter overweegt dat er geen enkele reden is het concept van medeondernemerschap te beperken tot uitsluitend het in de WOR gewaarborgde adviesrecht- en instemmingsrecht. De or van Novio wenst via de geschillenregeling juist te bereiken dat deze specifieke bevoegdheden van de ondernemingsraad, samenhangend met de concessieovergang, worden benut.1 Vervolgens geeft de kantonrechter een specifieke invulling aan het concept medeondernemerschap in een art. 36 WOR-procedure. De nadruk moet worden gelegd op de vraag of naleving afhangt van degene die in rechte wordt betrokken. In dat kader is de conclusie dat Hermes als medeondernemer moet worden beschouwd begrijpelijk, nu die na overgang van de onderneming de or van Novio in stand moet houden. Naar het oordeel van de kantonrechter kan echter ook moedervennootschap Connexxion in rechte worden betrokken. Dit terwijl uit de uitspraak niet blijkt op welke wijze zij zou kunnen bijdragen aan het in stand houden van de or van Novio. Het enkele feit dat Connexxion in een eerdere uitspraak als medeondernemer is aangemerkt, lijkt mij daarvoor onvoldoende.2
In 2013 is voor het eerst het leerstuk van toerekening toegepast ten aanzien van het instemmingsrecht. In de zaak-BT overwoog het Hof Amsterdam dat het feit dat het besluit is genomen door de moedervennootschap niet aan een instemmingsrecht in de weg staat, nu het besluit kan worden toegerekend aan de ondernemer.3
De vraag of een buitenlandse ondernemer als medeondernemer kan worden beschouwd, dan wel of een besluit van een buitenlandse ondernemer kan worden toeger ekend, zal in het volgende hoofdstuk aan de orde komen (zie paragraaf 5.3.2)