Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.2.1
17.2.1 Soorten aandelen
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS363689:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:65/175 BW.
Het valt buiten het bestek van dit onderzoek om te definiëren wat een aandeel is, alsmede om uiteen te zetten wat voor aandelen allemaal in de praktijk voorkomen.
Zie bijvoorbeeld Hof Amsterdam (OK) 29 mei 2009, ARO 2009, 84 (Triple E), 3 oktober 2011, ARO 2011/151 (Middle Europe Investments), 7 februari 2012, ARO 2012/26 (Pareto), 13 juni 2012, ARO 2012/95 (Steltix), 28 oktober 2014, ARO 2014/147 (Direkt Mail Service Buro), 25 juni 2015, ARO 2015/163 (Vikariën).
Hof Amsterdam (OK) 3 juni 2013, JOR 2013/241 m.nt. De Groot, (Interfisc) en 24 oktober 2013, ARO 2013/162 (Staat Creative Agency).
Zie art. 2:335 BW.
Een NV en BV zijn een rechtspersoon met in aandelen verdeeld kapitaal.1 De aard van deze aandelen en de daaraan verbonden rechten kunnen variëren. Aldus kan men spreken over “gewone aandelen”, zijnde aandelen waaraan geen bijzondere rechten zijn toegekend, en specifieke soorten aandelen, zoals preferente aandelen, prioriteitsaandelen en letteraandelen, waaraan wel bijzondere rechten zijn verbonden.2 Al deze aandelen kunnen aandelen op naam zijn of aan toonder. Daarnaast is er een onderscheid tussen girale en niet-girale aandelen (op naam of aan toonder).
Uit de wetsgeschiedenis van art. 2:356 sub e BW blijkt niet wat in deze bepaling wordt verstaan onder “aandelen”. Het feit dat de tekst van art. 2:356 sub e BW in algemene zin spreekt van “aandelen” suggereert echter dat alle soorten aandelen vatbaar zijn voor deze (onmiddellijke) voorziening.
Uit de rechtspraak van de ondernemingskamer blijkt dat art. 2:356 sub e BW niet louter ziet op gewone aandelen. De ondernemingskamer droeg namelijk prioriteitsaandelen3 en ook preferente aandelen4 over ten titel van beheer, overigens zonder zich daarbij uit te laten over de reikwijdte van art. 2:356 sub e BW.
Bij mijn weten is de (onmiddellijke) voorziening enkel toegepast op aandelen in het kapitaal van niet-beursgenoteerde vennootschappen en nog nooit op girale of toonderaandelen. Ook is mij geen literatuur bekend over de overdracht van girale of toonderaandelen bij wijze van (onmiddellijke) voorziening. Er zijn geen aanwijzingen dat deze (onmiddellijke) voorziening enkel op aandelen op naam zou mogen worden toegepast. Weliswaar is deze bepaling ingevoerd met het wetsvoorstel ten aanzien van de geschillenregeling, een regeling die betrekking heeft op aandelen op naam,5 maar uit de wet(sgeschiedenis) blijkt niet dat die beperking ook voor art. 2:356 sub e BW is beoogd.