M en R 2025/117
Kredietovereenkomst II: tussentijds cassatieberoep bank tegen uitspraak hof over (mogelijke) schending zorgplicht (tegenbewijs toegelaten)/zorgplicht geldt ook voor mogelijke wijziging van wetgeving, maar hof is onvoldoende ingegaan op stelling bank dat boer weet had moeten hebben van de problematiek (volgt doorverwijzing naar ander hof).
HR 05-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1237, m.nt. B. Arentz
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 september 2025
- Magistraten
Polak, Tanja-van den Broek, Lock, Ter Heide, Schaafsma
- Zaaknummer
24/01250
- Noot
B. Arentz
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD25672:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Algemeen
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1237, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:514, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑04‑2024
Essentie
Kredietovereenkomst II: tussentijds cassatieberoep bank tegen uitspraak hof over (mogelijke) schending zorgplicht (tegenbewijs toegelaten)/zorgplicht geldt ook voor mogelijke wijziging van wetgeving, maar hof is onvoldoende ingegaan op stelling bank dat boer weet had moeten hebben van de problematiek (volgt doorverwijzing naar ander hof).
Samenvatting
Voor zover onderdeel 2.1 bepleit dat een bank bij een zakelijk krediet in beginsel niet hoeft te corrigeren voor een gebrek aan inzicht over een kwestie die tot het terrein van de ondernemer behoort, ook niet als voor de bank kenbaar is dat de ondernemer geen rekening houdt met de – bij de bank bekende – ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.