Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/5.6.2
5.6.2 Drank- en Horecawet
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS495390:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 3 Drank- en Horecawet.
Artikel 29 lid 1 sub a en sub f Drank- en Horecawet. Rechtsverkrij ging van een vergunning onder algemene titel is niet meer mogelijk (Kamerstukken II 1994/95, 25 969, nr. 3, p. 23).
Artikel 4 lid 1 Drank- en Horecawet.
Schriftelijk, op 16 december 2008.
Op beide formulier wordt nog verwezen naar het stichtingen- en verenigingenregister dat sinds 1 oktober 1997 is geïntegreerd in het handelsregister. Het formulier dient daarop te worden aangepast.
Op 16 december 2008.
Schriftelijk, op 16 december 2008.
Er is geen jurisprudentie op dit punt. De door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gehanteerde procedure vormt in de praktijk blijkbaar geen beletsel.
Een voorbeeld van een vergunning waarbij de persoon van belang is, is een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders het horecabedrijf of het slijtersbedrijf uit te oefenen.1 In een vergunning wordt onder meer vermeld de rechtspersoon aan wie de vergunning is verleend en de voorwaarden en beperkingen die aan een dergelijke vergunning zijn gesteld.2
De wet maakt onderscheid tussen uitoefening via een kapitaalvennootschap en een rechtspersoon, niet zijnde een kapitaalvennootschap3, indien het gaat om activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaalculturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. Aan vergunningverlening aan een rechtspersoon, niet zijnde een kapitaalvennootschap, kunnen op decentraal niveau (door burgemeester en wethouders) nadere voorschriften worden verbonden vanuit mededingingsoogpunt.
Op het aanvraagformulier voor een horecavergunning wordt de rechtsvorm van de aanvrager vermeld. Een aanvraag kan betrekking hebben op vijf categorieën. Eén daarvan is de wijziging van de ondernemingsvorm. De vraag is of rechtsvorm-wijziging onder 'wijziging van de ondernemingsvorm' begrepen dient te worden. Het lijkt er op alsof met deze mogelijkheid geen rekening is gehouden en dat met deze vraag gedoeld worden op de wijziging van eenmanszaak in een personenvennootschap (of vice versa). Vanuit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, is bevestigd4 dat rechtsvormwijziging begrepen moet worden onder `wijziging van de rechtsvorm'.
Er zijn twee formulieren5; een model A voor kapitaalvennootschappen en een model B voor verenigingen en stichtingen met activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaalculturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard.6 In model B is bij de reden van aanvraag niet het onderdeel 'wijziging van ondernemingsvorm' opgenomen. In zowel model A als model B is wel de algemene rubriek 'andere omstandigheden' opgenomen waar rechtsvormwijziging onder begrepen kan worden. Vanuit het Ministerie van Volksgezondheid, Sport en Welzijn is schriftelijk bevestigd7 dat rechtsvormwijziging valt onder de rubriek `andere omstandigheden'. Kan bij rechtsvormwijziging volstaan worden met een wijziging tenaamstelling vergunning? Het Ministerie van Volksgezondheid, Sport en Welzijn8 beantwoordt deze vraag ontkennend. De procedure zoals die geldt bij een eerste aanvraag dient gevolgd te worden bij rechtsvormwijziging. De aard van de vergunningaanvraag leidt ertoe dat de discontinuïteit in de vorm van de rechtspersoon van doorslaggevend belang is.9