Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/1.2.2:1.2.2 Hoofdvraag: grenzen aan de financieringsvrijheid?
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/1.2.2
1.2.2 Hoofdvraag: grenzen aan de financieringsvrijheid?
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS402354:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De financieringsvrijheid van aandeelhouders is niet ongelimiteerd; zij vindt haar grens in de belangen van derden. In de eerste plaats kan daarbij worden gedacht aan de crediteuren van de vennootschap. Aangezien zij zich uitsluitend kunnen verhalen op het vermogen van de rechtspersoon, hebben schuldeisers belang bij een debiteur/ vennootschap die zodanig financieel is uitgerust dat hun opeisbare vorderingen (tijdig) kunnen worden voldaan. Hieruit vloeit voort dat de aandeelhouder bij zijn handelen ter zake van de financiering van de vennootschap tot op zekere hoogte rekening heeft te houden met de gerechtvaardigde belangen van de vennootschapscrediteuren.
Met name als de door de vennootschap gedreven onderneming groter is, en dus een meer geïnstitutionaliseerd karakter heeft, kunnen ook anderen belanghebbende zijn bij de instandhouding van het vennootschapsvermogen. Zo beperken de belangen van de werknemers, leveranciers en afnemers van de vennootschap zich in de regel niet tot hun ‘crediteurenbelang’ bij de voldoening van hun opeisbare vorderingen; zij hebben vooral belang bij voortduring van hun relatie met de vennootschap. Daarnaast kunnen er maatschappelijke belangen gemoeid zijn bij de continuïteit van de onderneming. De vraag rijst of de aandeelhouder bij zijn financieringsbeslissingen onder omstandigheden ook met deze belangen rekening heeft te houden.