Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/1.2.1:1.2.1 Uitgangspunt: financieringsvrijheid van aandeelhouders
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/1.2.1
1.2.1 Uitgangspunt: financieringsvrijheid van aandeelhouders
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS402348:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De twee hiervoor geschetste ontwikkelingen – de veranderingen in de financieringspraktijk en de flexibilisering van het wettelijke normenkader voor de kapitaalvennootschap in besloten verhoudingen – vormen de aanleiding van dit onderzoek. Dat beoogt de centrale vraag te beantwoorden in welke mate, en op welke wijze, de financieringsvrijheid van de aandeelhouder in besloten verhoudingen privaatrechtelijk dient te worden begrensd ten behoeve van de belangen van de overige bij de vennootschap betrokken partijen, in het bijzonder wanneer de aandeelhouder ingrijpt in de kapitaalstructuur van de vennootschap.
Hoewel het begrip ‘financieringsvrijheid’ in de Nederlandse privaatrechtelijke doctrine nagenoeg nooit wordt gehanteerd,1 geldt mijns inziens als uitgangspunt dat aandeelhouders in beginsel vrijelijk kunnen beslissen over de wijze waarop zij de vennootschap financieren.2 Deze notie wordt uitdrukkelijker onderkend in de Duitse dogmatiek. Zo overweegt Beck:
“Die unternehmerische Finanzierungsfreiheit ist Grundelement der Finanzverfassung der GmbH. Dem Unternehmer steht es frei, Art und Umfang der Finanzierung der Gesellschaft zu gestalten.”3
Mijns inziens geldt de financieringsvrijheid bij een drietal financiële keuzemogelijkheden van de aandeelhouder. Ten eerste staat het de aandeelhouder in beginsel vrij te bepalen in welke mate hij de vennootschap zal financieren, met andere woorden, hoeveel vermogen hij in totaal aan de vennootschap ter beschikking zal stellen. Ten tweede kan de aandeelhouder in beginsel naar eigen inzicht beslissen in welke juridische vorm hij de door hem verstrekte financiering giet: stort hij kapitaal of agio en draagt hij zo bij aan het eigen vermogen van de vennootschap, of verstrekt hij de vennootschap een lening, mogelijk tegen zekerheden, waardoor de schulden van de vennootschap toenemen? Tot slot staat het de aandeelhouder in beginsel vrij om eigen vermogen aan de vennootschap te onttrekken door formele uitkeringen, zoals de betaling van dividend, de inkoop van eigen aandelen of de betaling in het kader van een kapitaalvermindering. Daarnaast kan de aandeelhouder andere transacties met de vennootschap aangaan die resulteren in een vermindering van het eigen vermogen van de vennootschap ten behoeve van de aandeelhouder. Zeker sinds de flexibilisering van het BV-recht, werpt boek 2 BW slechts een gering aantal ex ante drempels op bij al deze financieringsbeslissingen van de aandeelhouder.