Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/3.3.5
3.3.5 Verantwoordelijkheid voor de informatieverstrekking
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS972016:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bijvoorbeeld in geval van een geautoriseerde oproeping ex artikel 2:110/220 en 111/221 BW of met een beroep op het agenderingsrecht van artikel 2:114a/224a BW.
Voor beursvennootschappen volgt dit uit best practice bepaling 4.1.6 van de Corporate Governance Code.
Vgl. Breukink (diss.) 2022, p. 43, in het kader van de toelichting.
Zie ter illustratie ook Rb. Amsterdam 10 augustus 2017, JOR 2017/260 (AkzoNobel), waarin aandeelhouders op de voet van artikel 2:110 jo. 111 BW verzochten om gemachtigd te worden een buitengewone algemene vergadering bijeen te roepen en wel “onder de volgende voorwaarden: (...) (b) de oproeping geschiedt door plaatsing op de website van AkzoNobel van het aan het verzoekschrift gehechte concept; (...).” (r.o. 3.1). De Rechtbank heeft zich uiteindelijk niet inhoudelijk over dit deel van het verzoek van de aandeelhouders uitgelaten.
Ik wijs ter illustratie op artikel 49c Wge, op grond waarvan een vennootschap met girale aandelen in het Wge-systeem alsnog gehouden kan zijn bepaalde informatie algemeen beschikbaar te stellen.
Zie voor een voorbeeld Hof Amsterdam (OK) 14 maart 2016, JOR 2017/89 (Delta Lloyd), r.o. 2.12 en 3.17. Highfields Capital had op 1 maart 2016 een presentatie over een voorgenomen claimemissie door Delta Lloyd gedeeld met de vennootschap, met het verzoek die presentatie op de website te plaatsen. Delta Lloyd heeft die presentatie uiteindelijk op 3 maart 2016 op haar website geplaatst met een begeleidende brief vanuit de vennootschap.
De verantwoordelijkheid voor de informatieverstrekking in de voorfase ligt mijns inziens bij de betrokkenen van wie het initiatief tot de betreffende besluitvorming uitgaat. Bij besluitvorming ter vergadering zal dit in de regel de vennootschapsleiding zijn, omdat de vennootschapsleiding in beginsel verantwoordelijk is voor de bijeenroeping van, en daarmee ook de oproeping tot, de algemene vergadering. Dat kan anders zijn indien een ander orgaan of een andere (al dan niet institutioneel bij de vennootschap betrokken) partij daartoe statutair bevoegd is, en van deze bevoegdheid gebruikmaakt. Indien een onderwerp door, of op verzoek van, een of meer aandeelhouders op de agenda wordt geplaatst,1 is het voorts aan de betreffende aandeelhouder(s) om het agendapunt zorgvuldig te formuleren, eventuele begeleidende informatie tijdig ter beschikking te stellen en zo nodig ter vergadering een nadere toelichting te geven.2 Betoogd is dat ook in dat geval de vennootschapsleiding gehouden is een (eigen, separate) toelichting te geven.3
Het kan zo zijn dat de medewerking van de vennootschap vereist is voor het verspreiden van (aanvullende) informatie over een door aandeelhouders geagendeerd onderwerp of voorgesteld besluit. Daaraan zal de vennootschapsleiding in beginsel haar medewerking moeten verlenen op grond van artikel 2:8 BW gezien het belang van een behoorlijke informatieverstrekking voor het functioneren van de algemene vergadering. In bepaalde gevallen is logistieke medewerking van de vennootschap zonder meer vereist om een algemene vergadering te kunnen oproepen. Te denken valt aan de oproeping van een algemene vergadering van een beursvennootschap, waarbij doorgaans medewerking vereist is van een of meer externe commerciële partijen die bijvoorbeeld de elektronische stemming faciliteren.4 Die partijen zullen doorgaans in opdracht van de vennootschap handelen.
De vennootschap is mijns inziens in beginsel niet gehouden mee te werken aan verzoeken van aandeelhouders om door hen aangedragen aanvullende informatie te verspreiden over agendapunten die niet door deze aandeelhouders zijn geagendeerd of voorgesteld. Immers valt de informatieverstrekking in die gevallen niet onder de verantwoordelijkheid van de betreffende aandeelhouders. Dat kan echter anders zijn wanneer de wet of statuten daarin voorzien.5 Uiteraard staat het de vennootschap voorts vrij om dergelijke informatie vrijwillig beschikbaar te stellen.6