NJB 2025/813
Cassatie in het belang van de wet over de procedure na een niet (naar behoren) verrichte taakstraf wanneer het openbaar ministerie beslist dat vervangende hechtenis wordt toegepast. Meer in het bijzonder gaat het om de vraag of de beslissing tot toepassing van voorlopige hechtenis moet worden vastgelegd in een door de officier van justitie ondertekend en gedagtekend stuk, en over de door de rechter te nemen beslissing als hij niet kan vaststellen dat die beslissing binnen de wettelijke termijn en door een officier van justitie is genomen. De Hoge Raad overweegt dat de in art. 6:3:3 lid 1 Sv bedoelde beslissing dat vervangende hechtenis wordt toegepast omdat een opgelegde taakstraf niet (naar behoren) is verricht, gelet op art. 6:3:3 Sv jo art. 1, aanhef en onderdeel b onder 6° en 7°, en 125 Wet RO, moet worden aangemerkt als een beslissing tot vrijheidsontneming, zodat deze omzettingsbeslissing niet kan worden gemandateerd aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar. Daarbij moet uit enig voor de rechter en de veroordeelde beschikbaar processtuk rechtstreeks en ondubbelzinnig blijken dat aan de voorwaarden voor de rechtsgeldigheid van de omzettingsbeslissing is voldaan, in het bijzonder dat de beslissing is genomen door een bevoegde autoriteit binnen de wettelijke termijn. Als de rechter bij de beoordeling van een tegen de omzettingsbeslissing ingediend bezwaar niet kan vaststellen dat de omzettingsbeslissing aan deze eis voldoet, moet hij het bezwaarschrift van de veroordeelde gegrond verklaren. Als de rechter het bezwaarschrift gegrond verklaart, geeft hij op grond van art. 6:6:23 lid 2 Sv in zijn beslissing het aantal uren taakstraf aan dat de veroordeelde nog moet verrichten, waarbij rekening moet worden gehouden met de tijd die de veroordeelde in vervangende hechtenis heeft doorgebracht.
HR 08-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:455
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 april 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, R. Kuiper
- Zaaknummer
24/03507 CW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:455, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1388, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
- Wetingang
Essentie
Cassatie in het belang van de wet over de procedure na een niet (naar behoren) verrichte taakstraf wanneer het openbaar ministerie beslist dat vervangende hechtenis wordt toegepast. Meer in het bijzonder gaat het om de vraag of de beslissing tot toepassing van voorlopige hechtenis moet worden vastgelegd in een door de officier van justitie ondertekend en gedagtekend stuk, en over de door de rechter te nemen beslissing als hij niet kan vaststellen dat die beslissing binnen de wettelijke termijn en door een officier van justitie is genomen. De Hoge Raad overweegt dat de in art. 6:3:3 lid 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.