Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/3.1.3:3.1.3 Totstandkoming civielrechtelijk toetsingskader
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/3.1.3
3.1.3 Totstandkoming civielrechtelijk toetsingskader
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957911:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om te kunnen bepalen of het motief continuïteit daadwerkelijk wordt gediend door de beheerstructuur certificering van vermogen, moet worden bekeken welke civielrechtelijke elementen deze beheerstructuur moet bevatten. Er moet als het ware een juridische vertaalslag plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt beschreven welke civielrechtelijke elementen er aanwezig moeten zijn in de beheerstructuur, zodat deze kan worden ingezet voor het motief continuïteit. Bij het bepalen van de elementen is gekeken naar de basisvoorwaarden die aanwezig moeten zijn om het motief continuïteit te kunnen dienen. Eén van de voorwaarden is dat de beheerstructuur de mogelijkheid moet hebben om langere tijd te kunnen bestaan. Een tweede voorwaarde is dat het vermogen zoveel als mogelijk behouden blijft binnen de familie. Vanuit die voorwaarden is een aantal elementen gedefinieerd die tezamen het civielrechtelijk toetsingskader vormen dat in dit onderzoek wordt gebruikt. Deze elementen worden hierna in paragraaf 3.2 omschreven.
Tot slot van deze paragraaf wordt nog opgemerkt dat het bepalen of een beheerstructuur een motief kan dienen niet tot een alomvattend oordeel kan leiden over het al dan niet functioneren van deze beheerstructuur. Andere factoren dan alleen de motieven spelen daarbij een rol, zoals bijvoorbeeld fiscale consequenties, de kosten om een structuur op te zetten en in stand te houden en de eventuele beperkingen van het gebruik van een structuur voor bepaalde vermogensbestanddelen. Deze andere factoren nemen echter niet weg dat het beoordelen in hoeverre een bepaalde structuur een motief kan dienen wel een brede basis biedt om op verder te gaan. Een beheerstructuur zal immers ten minste gebruikt moeten kunnen worden om een onderliggend motief te dienen.