De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.4:7.4 Samenvatting en conclusie
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.4
7.4 Samenvatting en conclusie
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS388759:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De letterlijke tekst van artikel 2:19 lid 4 BW stelt slechts één voorwaarde aan de turboliquidatie van de BV: ten tijde van de ontbinding mogen er geen baten meer bestaan binnen de BV.
Door sommigen wordt het nominaal aandelenkapitaal alsook de latente belastingteruggave aangemerkt als bate in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW. Ik kan mij hier niet in vinden. Het aandelenkapitaal kan mijns inziens niet als bate worden aangemerkt, omdat het geen activum, maar een passivum van de BV is. Bovendien kan het aandelenkapitaal niet worden aangemerkt als schuld van de BV, omdat de aandeelhouders geen vordering hebben op de BV ter grootte van hun inbreng conform de nominale waarde van hun aandelen (hetgeen ook volgt uit artikel 2:23b lid 1 BW).
Het niet-gestorte deel van het kapitaal van een BV kan daarentegen wel als bate worden aangemerkt, nu de aandeelhouders – behoudens een kapitaalvermindering ex artikel 2:208 BW – niet kunnen worden ontheven van hun stortingsplicht.
Een latente belastingteruggave kan niet als bate worden aangemerkt, omdat het geen vordering maar een voorziening betreft. Pas vanaf het moment dat het recht op belastingteruggave wordt gematerialiseerd – en daarmee niet langer latent is – zou het als bate een turboliquidatie kunnen bemoeilijken.