Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.3
7.3 Latente belastingteruggaven
mr. S, Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S, Renssen
- JCDI
JCDI:ADS389892:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Snijder-Kuipers, Groene Serie Rechtspersonen, art. 2:23c BW, aant. 2, Deventer: Kluwer 2012 en Hof ’s-Gravenhage 6 september 2012, LJN BX7085, r.o. 3.
Praktisch gezien is een turboliquidatie in een dergelijke situatie desondanks mogelijk, omdat het oordeel van het bestuur, omtrent het al dan niet aanwezig zijn van baten op het tijdstip van ontbinding, voldoende word geacht, zie Ktr. Terneuzen 1 februari 2012, RO 2012/32 (wenk).
Snijder-Kuipers, Groene Serie Rechtspersonen art. 2:23c BW, aant. 2, Deventer: Kluwer 2012.
HR 27 januari 1995, NJ 1995, 579 m.nt. Maeijer (Adjuncten Properties/Söderqvist q.q.).
Een latente belastingteruggave werd in een procedure bij het Hof ’s-Gravenhage door appellanten aangemerkt als een bate in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW,1 hetgeen tot gevolg zou hebben dat het bestaan van een dergelijk recht op belastingteruggave ten tijde van ontbinding leidt tot de theoretische onmogelijkheid tot turboliquidatie van de BV.2 Het Hof ging echter niet in op dit standpunt van appellanten. Ook Snijder-Kuipers is van mening dat een latente belastingteruggave een bate is in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW.3 Zij verwijst hierbij naar het hiervoor aangehaalde arrest van het Hof ’s-Gravenhage alsmede naar het door de Hoge Raad gewezen Adjuncten Properties/Söderqvist q.q.-arrest.4 In dit arrest wordt echter niets gesteld noch overwogen met betrekking tot latente belastingteruggaven als baten in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW.
Mijns inziens kan een latente belastingteruggave niet worden aangemerkt als bate die een turboliquidatie kan bemoeilijken. Pas wanneer de aanspraak op belastingteruggave gematerialiseerd wordt en daarmee per definitie geen latentie meer is, vormt de aanspraak een mogelijke bate. Teneinde mijn standpunt toe te lichten, zal eerst uiteengezet dienen te worden wat een latente belastingteruggave is en hoe deze ontstaat.
Ten aanzien van het ontstaan van een latente belastingteruggave is een aantal fiscale begrippen van belang: de fiscale winst, de bedrijfseconomische boekwaarde en de fiscale boekwaarde. In de volgende paragraaf wordt allereerst het begrip belastinglatentie uiteengezet (paragraaf 7.3.1). Daarna komt het begrip ‘fiscale winst’ aan de orde (paragraaf 7.3.2). Alvorens in te gaan op het verschil tussen de bedrijfseconomische boekwaarde en de fiscale boekwaarde (paragraaf 7.3.4), volgt in paragraaf 7.3.3 een uiteenzetting met betrekking tot de balans van een BV. In paragraaf 7.3.5 zal worden geconcludeerd dat slechts een gematerialiseerde belastingaanspraak als bate kan worden aangemerkt. Ten slotte wordt ingegaan op de mogelijke oplossingen in dit kader: stille verpanding en cessie van de aanspraak op belastingteruggave.
7.3.1 Belastinglatentie7.3.2 De fiscale winst7.3.3 De balans van een BV7.3.4 Het verschil tussen de bedrijfseconomische boekwaarde en de fiscale boekwaarde7.3.5 Het gematerialiseerde recht op belastingteruggave