Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/2.7.5
2.7.5 Conclusie: de wisselwerking tussen de ambtshalve toetsing en de uitleg van de norm
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS500885:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Snijders 2008, p. 550-551: 'zoals de richtlijn zelf aangeeft in art. 4 dienen immers 'alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen [te worden], rekening houdend met de aard van de goederen of diensten waarop de overeenkomst betrekking heeft'. Bij een forumkeuzebeding, zoals in de Océano-casus, kan een dergelijke feitelijke vraag al snel zonder weging van allerlei concrete omstandigheden beantwoord worden, bij een exoneratieclausule ligt dat anders.'
68. Wanneer de vergelijking met het wettelijk kader en de weging van contractuele rechten en plichten (eenzijdigheid of compensatie) vooropstaan als wijzen van vaststelling van de verstoring, zal een beding eerder als verdacht en ook sneller als oneerlijk kunnen worden aangemerkt. Er is sprake van een wisselwerking tussen de mate van concreetheid van de toetsing aan de norm op nationaal niveau en de vraag wanneer de nationale rechter over de 'noodzakelijke gegevens (...) beschikt' om een onderzoek naar het beding uit te kunnen oefenen. Het verloop van een ambtshalve optreden hangt sterk af van de eisen die naar nationaal recht aan de onderbouwing van de oneerlijkheidstoetsing worden gesteld. Hoe minder concrete omstandigheden naar nationaal recht nodig zijn om een beroep op de oneerlijkheid van een beding toe te wijzen, hoe sneller de toetsing kan plaatsvinden Nationale grijze of zwarte lijsten zijn potentieel van groot belang voor de ambtshalve toets. Een naar de hoeveelheid en subjectiviteit van de meegewogen omstandigheden concrete toepassing van de nationale oneerlijkheidsnorm door de rechter bemoeilijkt de ambtshalve toetsing. De rechter zal al snel concluderen dat hij niet over de voor het onderzoek naar de oneerlijkheid 'noodzakelijke gegevens (...) beschikt'. In dit opzicht wringt het dat het Hof in zijn rechtspraak (o.a. Hofstetter en Pannon) steeds benadrukt hoe concreet de norm is bedoeld.1