Speaking the same language
Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/4.3.4.1:4.3.4.1 Scherpere formulering van het bepaalde in art. 4:127 lid 4 BWC voor de overdracht ten titel van trust
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/4.3.4.1
4.3.4.1 Scherpere formulering van het bepaalde in art. 4:127 lid 4 BWC voor de overdracht ten titel van trust
Documentgegevens:
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717357:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Statenstukken 2017/18, 131, nr. 3 (MvT), p. 1 en p. 3.
Statenstukken 2017/18, 131, nr. 3 (MvT), p. 2. Zie in dit kader paragraaf 3.3.3.4.
Vgl.: W.H.M. Reehuis e.a., Pitlo. Het Nederlands burgerlijk recht. Deel 3. Goederenrecht, Deventer: Kluwer 2019, p. 126; A.L.M. Keirse, ‘GS Vermogensrecht, art. 3:84 BW, aant. 1.3.3.4’, in: J. Hijma (red.), Groene Serie Vermogensrecht, Deventer: Kluwer.
Overigens is er geen sprake van een verkrijging door de trustee bij de instelling van de trust door middel van een eenzijdige verklaring van trust.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Reeds eerder is in paragraaf 3.3.3.4 aan bod gekomen dat de Curaçaose wetgever voor wat betreft het toevertrouwen van de aangewezen goederen aan de trustee door middel van een overdracht ten titel van trust, een vierde lid aan art. 3:127 BWC heeft toegevoegd. Deze toevoeging is in de trustwet opgenomen op instigatie van de Curaçao International Financial Services Association (CIFA).1 Het luidt:
“4. Op de verkrijging door de trustee van het trustvermogen, anders dan door opvolging of toetreding als bedoeld in artikel 145, eerste lid, is afdeling 2 van titel 4 van toepassing. Dit geldt ook indien de insteller de trustee zal zijn.”
De memorie van toelichting vermeldt dat met het bepaalde in art. 3:127 lid 4 BWC een overdracht van de trustgoederen (lees ook: vestiging van een beperkt recht) wordt bedoeld.2 De voor een eigendomsoverdracht geldende vereisten zijn in art. 3:84 BWC opgenomen, hetgeen in afdeling 3.4.2 is geregeld. Daarnaast zijn in afdeling 3.4.2 BWC tevens een aantal leveringsformaliteiten geregeld die in acht moeten worden genomen, teneinde de levering te voltooien en daarmee de rechtsovergang te bewerkstelligen. Het voorgaande verklaart mijns inziens waarom de Curaçaose wetgever met instemming van de CIFA afdeling 3.4.2 BWC toepasselijk heeft verklaard.
De wijze waarop het bepaalde in art. 3:127 lid 4 BWC thans is geformuleerd, is naar mijn mening ongelukkig en kan in het kader van de instelling van de Curaçaose trust problemen opleveren. Naast de in afdeling 3.4.2. BWC geregelde leveringsformaliteiten, kent het Curaçaose recht tevens bijzondere leveringsformaliteiten die in de wet, doch buiten de voornoemde afdeling zijn opgenomen. Men denke hierbij bijvoorbeeld aan de wijze van levering van aandelen ex art. 2:110/210 BWC en van auteursrechten ex art. 2 Auteursverordening 1913, of een levering door middel van een CT-document ex art. 8:50 BWC.3 Op basis van de huidige formulering zouden uitsluitend de in afdeling 4.3.2 BWC geregelde leveringsformaliteiten van toepassing zijn. Aangezien voor bepaalde goederen bijzondere leveringsformaliteiten gelden die niet in afdeling 3.4.2 BWC voorkomen, zou de voor een overdracht vereiste levering van deze goederen niet kunnen worden voltooid, waardoor de overdracht hiervan niet zou kunnen worden bewerkstelligd.4 Dit zou ertoe leiden dat de plaatsing van dergelijke goederen onder trustverband evenmin mogelijk is.
Om het bovenstaande gebrek in de formulering te verhelpen, dient de Curaçaose wetgever naar mijn mening het bepaalde in art. 3:127 lid 4 BWC in dier voege te formuleren dat voor de rechtstoepasser evident is dat de instelling van de ‘inter vivos’ trust waarbij een derde trustee wordt of de inbreng van goederen in een bestaande trust waarbij een derde trustee is, naar Curaçaos recht geschiedt door middel van een overdracht, zonder dat verwezen wordt naar afdeling 3.4.2 BWC.