De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.6.1:4.6.1 Inleidende opmerkingen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.6.1
4.6.1 Inleidende opmerkingen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS400688:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zoals bijvoorbeeld de 'elobike' in Nederland.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Niet onder alle omstandigheden kan de benadeelde van een ongeval dat is veroorzaakt door een bezoekend motorrijtuig een aanspraak jegens het Bureau geldend maken. Daarvan is in een drietal situaties sprake: in de eerste plaats als een geldige groene kaart voorwaarde is voor een aanspraak op het Bureau, terwijl de aansprakelijke daarover niet beschikt. In de tweede plaats als het voertuig op zich gewoonlijk gestald is in een andere lidstaat, maar het kenteken niet overeenstemt met het voertuig (in de zin van art. 1, onderdeel 4 onder d van de Richtlijn). En ten derde als het ongeval is veroorzaakt door een op grond van art. 5 lid 2 van de verzekeringsplicht vrijgesteld voertuig.1 In deze drie gevallen bestaat een aanspraak op het waarborgfonds.
In dit onderdeel van hoofdstuk 4 worden de situaties onderzocht waarin de benadeelde van een ongeval dat is veroorzaakt door een bezoekend motorrijtuig zich tot het waarborgfonds moet wenden. Uitgangspunt daarbij is de regeling van het waarborgfonds in de Richtlijn (par. 4.6.2). Vervolgens wordt in paragraaf 4.63 ingegaan op de door de Richtlijn toegestane subsidiaire positie van het waarborgfonds, een mogelijkheid waarvan veel lidstaten gebruik hebben gemaakt. Deze twee paragrafen hebben een algemeen karakter, in die zin dat deze regels niet alleen gelden als de aansprakelijke een bezoekend motorrijtuig is, maar ook voor andere, waaronder zuiver nationale ongevallen. In paragraaf 4.6.4 wordt het eigen recht van de benadeelde tegen het waarborgfonds onderzocht. Paragraaf 4.6.5 gaat in op de aanspraken tegen het Nederlandse Waarborgfonds Motorverkeer, waarna in paragraaf 4.6.6 wordt onderzocht welke juridische positie het Nederlandse Waarborgfonds inneemt. Paragraaf 4.6.7 sluit af met de bespreking van enige IPR-vragen.