Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/1.2:1.2 Onderzoeksvragen
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/1.2
1.2 Onderzoeksvragen
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS498722:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hierboven geschetste problematiek geeft aanleiding tot het formuleren van de volgende onderzoeksvragen.
Hoe verhoudt artikel 6:212 zich tot artikel 6:203 en artikel 6:162?
In welke gevallen is het wenselijk dat artikel 6:212 een recht geeft op afdracht van een verrijking en welke uitleg kan worden gegeven aan deze bepaling die mogelijk maakt dat zij recht geeft op afdracht van een verrijking in de gevallen waarin het wenselijk is dat een vordering tot afdracht van een ongerechtvaardigde verrijking ontstaat, terwijl wordt voorkomen dat een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking ontstaat in gevallen waarin dat niet wenselijk is?
In welke gevallen is het wenselijk dat artikel 6:203 een recht geeft op terugbetaling van een prestatie en welke uitleg kan worden gegeven aan deze bepaling die mogelijk maakt dat de partijen van wie het wenselijk is dat zij kunnen terugvorderen een vordering hebben op grond van artikel 6:203 tegen de partijen van wie het wenselijk is dat zij terugbetalen?
In mijn onderzoek naar een wenselijke invulling van de vereisten van artikel 6:212 en 6:203 ga ik ook in op verweermiddelen die kunnen worden aangevoerd tegen de vorderingen uit ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling (door degene die in beginsel schuldenaar is van een verbintenis uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling). De reden daarvoor is dat verweermiddelen die betrekking hebben op de omvang van de vordering enerzijds en de vereisten voor het ontstaan van de vordering anderzijds fungeren als communicerende vaten. Hoe eerder men het ontstaan van een vordering uit onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking aanneemt, des te groter de behoefte aan verweermiddelen is. Omgekeerd geldt dat als geen beroep zou kunnen worden gedaan op verweermiddelen, de behoefte toeneemt om niet al te spoedig het ontstaan van een vordering te aanvaarden.