Het systeem van sanctionering van fiscale fraude
Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/5.1:5.1 Inleiding
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270029:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 1.3.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vervolg op hoofdstuk vier
Uit hoofdstuk vier kwam naar voren dat het – op grond van de huidige fiscale delicten – vanuit formeel opzicht niet moeilijk is de gedragingen die fiscaal frauduleus gedrag constitueren te onderscheiden. Een onjuiste aangifte is iets anders dan een incomplete administratie. Tegelijkertijd bleek de vraag relevant of er wel een zo duidelijk verschil is tussen de afzonderlijke gedragingen die fiscale fraude constitueren, aangezien de belemmering van de informatiestroom de basis is voor al het fiscaal frauduleuze gedrag. Hierbij sluit aan dat fraude als term bij uitstek als een verzamelterm fungeert. Daarnaast bleek uit het vorige hoofdstuk dat de grens tussen ontwijking en ontduiking, ofwel legaal versus frauduleus handelen vaag is, vooral vanwege de complexiteit van fiscale wetgeving en een dunne grens tussen wat wel en niet mag. Dat is in een context van bestraffing problematisch, aangezien – met het oog op de verstrekkende gevolgen van bestraffing – duidelijk moet zijn wat wel en niet geoorloofd is. Tot slot bleek dat de gedragingen op zich misschien wel goed te onderscheiden waren, maar dat de koppeling ervan aan allerlei delicten het geheel onoverzichtelijk maakte. Al met al was de conclusie dat fiscale fraude, inhoudend ‘de bewuste frustratie van de fiscale waarheidsvinding’ niet altijd duidelijk herkenbaar is en dat de huidige delicten die fiscale fraude constitueren niet altijd te onderscheiden zijn, waardoor ze kunnen overlappen.
De centraal staande deelvraag
Cumulatie van sanctionering is in beginsel niet toegestaan wanneer sprake is van eenzelfde feit. Wanneer fiscaal frauduleuze gedragingen (of: feiten) zoals op dit moment opgenomen in de delicten echter moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn, ligt ongeoorloofde samenloop van sancties wel op de loer. Daarom rijst de volgende vraag: In hoeverre zijn delicten die onder de noemer van fiscale fraude vallen te onderscheiden? Het antwoord op de gestelde vraag geeft weer in hoeverre de in hoofdstuk één gesignaleerde druk op het systeem van sanctionering van fiscale fraude daadwerkelijk heeft geleid tot juridische onhoudbaarheid met betrekking tot het in hoofdstuk vier uitgediepte systeemonderdeel fiscale fraude.1
Leeswijzer
Hoofdstuk vijf is de analyse bij hoofdstuk vier (en samen vormen deze hoofdstukken ‘deel twee’ van dit onderzoek). In hoofdstuk vijf zal eerst een toetskader worden aangelegd (paragraaf 5.2) en zal vervolgens een toetsing plaatsvinden (paragraaf 5.3).
Het in paragraaf 5.2. uitgewerkte toetskader ter beantwoording van de gestelde vraag bestaat uit regels die ex ante voorkomen dat sprake kan zijn van ongeoorloofde samenloop (het ne bis in idem-beginsel) én uit regels die ex post – namelijk bij de straftoemeting – voorkomen dat ongeoorloofde samenloop zich alsnog manifesteert. Opgemerkt moet worden dat het toetskader dat werd aangelegd in paragraaf 3.2 (het voorzienbaarheiskader) bij bepaalde problematiek ook een rol speelt.
In paragraaf 5.3. zullen alle problemen die bestaan rondom ‘hetzelfde feit’-begrip in fiscale context worden getoetst aan de inhoud uit paragraaf 5.2.
Doel
In hoofdstuk vijf wordt kortom getracht de druk op het systeemonderdeel fiscale fraude (dat in hoofdstuk vier centraal stond) te bepalen. Op basis hiervan wordt geanalyseerd in hoeverre de gedragingen en delicten die onder de noemer van fiscale fraude vallen te onderscheiden zijn, waarna in paragraaf 5.4. een conclusie geformuleerd wordt.