Parl. Gesch. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
Einde inhoudsopgave
Parl. Gesch. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht 2024/II.33.1:II.33.1 Tekst van artikel 196 Rv
Parl. Gesch. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht 2024/II.33.1
II.33.1 Tekst van artikel 196 Rv
Documentgegevens:
prof. mr. H.B. Krans, mr. J.L.N. Reynders, datum 04-04-2024
- Datum
04-04-2024
- Auteur
prof. mr. H.B. Krans, mr. J.L.N. Reynders
- JCDI
JCDI:ADS964491:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1. Voordat een zaak aanhangig is, of als het geding aanhangig is gemaakt, voordat de zaak op de rol is ingeschreven, kan de rechter op verzoek van een belanghebbende een of meer voorlopige bewijsverrichtingen bevelen. De wederpartij en andere belanghebbenden kunnen volgend op dat verzoek ook een of meer voorlopige bewijsverrichtingen verzoeken, waarna de rechter deze gezamenlijk kan behandelen.
2. De rechter wijst het verzoek toe, tenzij hij van oordeel is dat:
a. de informatie die verlangd wordt, niet voldoende bepaald is;
b. onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat;
c. het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.