BNB 2017/72
Studiekosten. Criteria voor aftrek als ondernemingskosten
HR 23-12-2016, ECLI:NL:HR:2016:2901, m.nt. R.F.C. Spek
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 december 2016
- Magistraten
Mrs. Overgaauw, Punt, Van Loon, Van Kalmthout, Van Hilten
- Zaaknummer
15/05288
- Conclusie
A-G Niessen
- Noot
R.F.C. Spek
- JCDI
JCDI:ADS24362:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:2901, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑12‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:121, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑03‑2016
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑11‑2015
- Wetingang
Art. 3.16 lid 2 onderdeel f, art. 3.95 en 6.27 Wet IB 2001
Essentie
Studiekosten. Criteria voor aftrek als ondernemingskosten
Samenvatting
Belanghebbende heeft beroepsmatig werkzaamheden verricht met betrekking tot procesvoering inzake intellectuele-eigendomszaken. De daaruit genoten inkomsten heeft hij in zijn aangifte IB/PVV vermeld als resultaat uit overige werkzaamheden. Bij het bepalen van zijn belastbare inkomen uit werk en woning heeft hij als onderdeel van de persoonsgebonden aftrek een bedrag aan scholingsuitgaven in aanmerking genomen. De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslag een bedrag aan reis- en verblijfkosten in verband met een cursus over intellectuele eigendom en een bedrag aan reiskosten in verband met een rechtenstudie niet in aftrek toegelaten. Het Hof ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.