RBP 2024/9
Proceskosten. Kunnen de proceskosten van een incidenteel hoger beroep begroot worden op basis van een griffierechtcomponent?
HR 22-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1810
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 december 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide
- Zaaknummer
22/03065
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- JCDI
JCDI:ADS944919:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1810, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:706, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑06‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑11‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑09‑2022
- Wetingang
Essentie
Proceskosten. Griffierecht.
Kunnen de proceskosten van een incidenteel hoger beroep begroot worden op basis van een griffierechtcomponent?
Samenvatting
In eerste aanleg oordeelt de rechtbank dat eisers in cassatie onrechtmatig jegens verweerders hebben gehandeld en schadeplichtig zijn voor de daaruit voortvloeiende schade. Eisers gaan hiertegen in hoger beroep. In incidenteel hoger beroep vermeerderen verweerders hun eis met een vordering tot betaling van een voorschot (ad € 95.000). Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst deze vordering van verweerders af en veroordeelt verweerders in de proceskosten van het incidentele hoger beroep. In het principaal beroep worden eisers in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.