Zaaksvervanging
Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/3.4.1:3.4.1 Verrijking
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/3.4.1
3.4.1 Verrijking
Documentgegevens:
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS625820:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
83.
Het eerste vereiste voor een vordering op grond van art. 6:212 BW, de verrijking, heeft betrekking op een vermogensvermeerdering.1 Daaronder wordt verstaan elke toevoeging aan een vermogen.2 Het gaat primair om een juridische verrijking, waardoor ook in economische zin sprake is van een vermogensaanwas.3 Volgens Linssen moet sprake zijn van een objectieve verrijking, dat wil zeggen een op geld waardeerbare vermogenstoename.4
De verrijking die voorkomen wordt door zaaksvervanging, heeft in veel gevallen het karakter van de verkrijging van een volledig absoluut recht, waar men voorheen slechts een beperkt recht had of een met een beperkt recht bezwaard moederrecht. Bij (huwelijks)gemeenschappen tekent zich een ander beeld af. Daarbij ligt de verrijking in de toename van een gemeenschappelijk vermogen, ten koste van het eigen vermogen van één van de deelgenoten of andersom. De overige deelgenoten verrijken bijvoorbeeld, doordat zij medegerechtigd worden tot goederen zonder dat zij hiervoor middelen hebben hoeven inzetten, terwijl de deelgenoot die een verkrijging uit eigen vermogen heeft gefinancieerd, niet de volledige tegenwaarde tot zijn vermogen kan rekenen en zo verarmt.
Om een verrijking te constateren dient een vergelijking te worden gemaakt van de vermogenstoestand van de betrokkene na de (ongerechtvaardigde) verrijking met de vermogenstoestand van deze persoon, zoals die zou zijn geweest als de verkrijging niet had plaatsgevonden.5 Het constateren van de met het optreden van zaaksvervanging te voorkomen verrijking vereist ook een vergelijking van gevallen. Enerzijds is er de situatie vóór de gebeurtenis waaraan zaaksvervanging eventueel is gekoppeld en de in beginsel overeenkomstige vermogenspositie als er niets gebeurt, anderzijds de situatie nà de betreffende gebeurtenis zonder optreden van zaaksvervanging. Het vermogen van een van de betrokkenen ondergaat in potentiële toepassingsgevallen een verbetering. In de tweede geschetste situatie is de totale waarde van zijn vermogen groter dan in de eerste. De vermogenstoename kan verschillende vormen aannemen, zoals toename van vermogen door verkrijging van volledige eigendom zonder aanwijsbare opoffering, verkrijging van een onbezwaard recht waar men voorheen uitsluitend een recht belast met een beperkt recht had of het verkrijgen van een vollediger beschikkingsrecht zoals bij het fideicommis.