Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/2.1:2.1 Inleiding
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS446208:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor een definitie van de term ‘bestuursverbod’ en een verantwoording van het gebruik van juist deze term in plaats van de meer gebruikelijke term ‘beheersverbod’ zie 1.3.4.1 hierboven.
Kamerstukken I, 2011/12, 28 746 en 31 065, D, p. 1. Zie inzake het voornemen tot intrekking over te gaan: Kamerstukken I, 2010/11, 28 746 en 31 065, C, p. 1-2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk zal de wettelijke regeling van het bestuursverbod1 naar Nederlands recht worden behandeld zoals die zich sinds de codificatie heeft ontwikkeld. Na een beschrijving van het doel en de achtergrond van deze regeling zullen in onderdeel 2.2 allereerst de thans geldende bepalingen in het Wetboek van Koophandel die het bestuursverbod betreffen, worden geanalyseerd. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de inhoud van het bestuursverbod zoals opgenomen in art. 20 lid 2 WvK enerzijds en de aan overtreding van het bestuursverbod verbonden gevolgen zoals opgenomen in art. 21 WvK anderzijds. Ter bevordering van de inzichtelijkheid worden hierbij drie perioden onderscheiden. Allereerst die van 1838, het jaar van inwerkingtreding van het Wetboek van Koophandel en daarmee de art. 20 lid 2 en 21 WvK zoals die – materieel ongewijzigd – nog altijd gelden, tot 1882, het jaar waarin de Nederlandsche Juristen-Vereeniging over de commanditaire vennootschap debatteerde. Als tweede de periode die van 1883 tot 1946, het jaar waarin de Nederlandsche Juristen-Vereeniging wederom de wettelijke regeling van de commanditaire vennootschap als een van de onderwerpen voor haar jaarvergadering koos. De derde periode is die van 1947 tot heden. Daarna behandel ik in onderdeel 2.3 de regeling van het bestuursverbod in de voorstellen voor een nieuwe wettelijke regeling van de personenvennootschap die zijn opgesteld in het kader van het ontwerp van een Nieuw Burgerlijk Wetboek. Daarbij komt eerst het Ontwerp-Van der Grinten uit 1972 aan de orde. Dat ontwerp heeft nooit kracht van wet verkregen. Daarna wordt besproken hoe het bestuursverbod is geregeld in het door de Nijmeegse hoogleraar Maeijer voorbereide en in december 2002 aan de Tweede Kamer aangeboden wetsvoorstel 28 746 tot vaststelling van een nieuwe wettelijke regeling van de personenvennootschap in een nieuwe titel 13 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Dit wetsvoorstel is op 15 december 2011 ingetrokken omdat het naar het oordeel van de verantwoordelijke minister niet voldeed aan zijn primaire doelstelling, namelijk het faciliteren van ondernemers.2 Afgesloten wordt met een conclusie.