De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/6.3.3.b:6.3.3.b Duiding van de 403-vordering als een hoofdelijke vordering
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/6.3.3.b
6.3.3.b Duiding van de 403-vordering als een hoofdelijke vordering
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250388:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sieburgh merkt op dat ieder van de hoofdelijk schuldenaren een beroep kan doen op de verweermiddelen die de verbintenis zelf aangaan.1 Dit betreft volgens haar onder meer omstandigheden die vanaf de aanvang de werking van de verbintenis beperken – zoals een in de verbintenis opgenomen tijdsbepaling op grond waarvan pas na een bepaald moment aan een verplichting hoeft te worden voldoen. Dit betekent dat als de 403-vordering wordt geduid als een hoofdelijke vordering de moedermaatschappij zich kan beroepen op een bepaling in de overeenkomst tussen de crediteur en de 403-maatschappij op grond waarvan de 403-maatschappij pas na een bepaald moment aan haar verplichting hoeft te voldoen.2 Tot dat moment is ook de moedermaatschappij niet gehouden om na te komen.
De moedermaatschappij kan daarentegen geen beroep doen op een aan de 403-maatschappij verleend uitstel van betaling of het feit dat de 403-maatschappij de nakoming van haar verplichting opschort omdat de crediteur een vordering jegens hem niet nakomt. De onafhankelijkheid van de vorderingen van de crediteur op de moeder- en de 403-maatschappij staat daaraan in de weg. Onder meer Sieburgh wijst erop dat het verlenen van uitstel van betaling een eenzijdige rechtshandeling is van een crediteur jegens de debiteur en dat dit uitstel niet voor de overige hoofdelijk schuldenaren geldt tenzij blijkt dat dit de bedoeling is van de crediteur.3 Daarnaast merkt zij op dat het recht om de nakoming van een verplichting op te schorten een persoonlijk verweermiddel is van een debiteur, waar enkel degene in wiens persoon dit recht is ontstaan een beroep op kan doen.4 Als aan de 403-maatschappij uitstel van betaling is verleend of deze de nakoming van haar verplichting opschort, kan de crediteur zich dus onverminderd verhalen op de moedermaatschappij.