Het recours objectif, een herwaardering
Einde inhoudsopgave
Het recours objectif, een herwaardering (SteR nr. 56) 2022/4.3:4.3 Conclusie
Het recours objectif, een herwaardering (SteR nr. 56) 2022/4.3
4.3 Conclusie
Documentgegevens:
mr. B. Assink, datum 01-09-2022
- Datum
01-09-2022
- Auteur
mr. B. Assink
- JCDI
JCDI:ADS675372:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De emancipatie van de burger was voor de Awb-wetgever aanleiding om hem medeverantwoordelijkheden te geven met het oog op de realisatie van bestuurlijke besluitvorming. Hij zag besluitvorming als een gedeelde verantwoordelijkheid van bestuursorgaan en burger, die in een wederkerige rechtsbetrekking tot elkaar staan.
De wederkerige rechtsbetrekking stond niet alleen model voor het Awb-besluitvormingsrecht. Het was voor de Awb-wetgever ook de aanleiding om het recours subjectif aan te merken als hoofddoelstelling van de bestuursrechtspraak. Mede doordat de aandacht werd afgeleid van de eenzijdigheid waarmee bestuursorganen besluiten nemen, vervaagde de invloed van het recours objectif als klassieke waarborg tegen eenzijdig optreden van het bestuur. Toch bleven bepaalde elementen van het recours objectif behouden. Deze kwamen echter door een nieuwe factor in de bestuursrechtelijke beroepsprocedure - het waarborgen van slagvaardig bestuur - onder druk te staan. Een belangrijke aanleiding daarvoor waren de kritische geluiden van het openbaar bestuur over de gevolgen van de verhoogde rechtsbescherming. Dit zou het besluitvormingsproces onnodig juridiseren en (daardoor) vertragen. De spanning tussen het bieden van rechtsbescherming en het waarborgen van slagvaardig bestuur zette de discussie over de functie van de bestuursrechtelijke beroepsprocedure rond de millenniumwisseling op scherp.
De wetgever en de bestuursrechtspraak hebben de procedure bij de bestuursrechter nadien vooral ten faveure van het openbaar bestuur ingevuld en gewijzigd. Zo werden met de Crisis- en herstelwet de voorwaarden waaronder een rechterlijke vernietiging kon plaatsvinden verzwaard (denk vooral aan het relativiteitsvereiste), en zijn de mogelijkheden voor algemeen belang-acties aangescherpt in de jurisprudentie van vooral de Afdeling.
Met name door de invoering van de Crisis- en herstelwet begonnen twee vanaf de klassieke periode van het bestuursrecht naar elkaar toegroeiende ontwikkelingslijnen uit elkaar te lopen. Het gaat hier om de emancipatie van de burger, en het ten behoeve van zijn feitelijke belangen kunnen handhaven van rechtmatig bestuur bij de bestuursrechter.
Al met al leidden de bestuursprocesrechtelijke gevolgen die het garanderen van slagvaardig bestuur moesten bevorderen de aandacht voor de objectieve dimensie van de bestuursrechtspraak verder af, ten gunste van de functie van snelle en finale geschilbeslechting.