Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/3.2:3.2 Nadelen forumkeuze
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/3.2
3.2 Nadelen forumkeuze
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415664:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Schamp, RW 1988-1989, p. 903; Krings, Preadvies NVIR 1978, p. 103; Laenens, TvP 1982, p. 266, Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 205.
Laenens, TvP 1982, p. 266.
HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98, UGIC/Group Josi, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, 597.
Laenens, TvP 1982, p. 265.
Verordening (EG) 1348/2000 d.d. 29 mei 2000, PbEG p. L 160/37.
Verordening (EG) 1348/2000 d.d. 29 mei 2000, PbEG p. L 160/37.
Dubbink, WPNR 1965 (4854), p. 169-170 en Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 207.
Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 207.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De nadelen van forumkeuze zijn schaars. Het meest genoemde nadeel betreft niet zozeer de forumkeuze zelf, maar de gemakkelijke wijze van totstandkoming. De mogelijkheid om een forumkeuze op te leggen aan andere partijen door het gebruik in algemene voorwaarden en cognossementen, leidt tot eenzijdigheid, onverwachte gebondenheid en het gevaar dat toestemming van een partij ontbreekt.1
Ik beschouw dit eerste nadeel met name als kritiek op de regeling in art. 23 EEX-V°/17 Verdrag die forumkeuze sinds het Eerste en later het Derde Toetredingsverdrag toelaat met steeds minder formalisme door versoepeling van de vormvoorschriften.2 Dit nadeel geldt bijv. niet voor een forumkeuze die moet voldoen aan de voorwaarden van art. 63 lid 2 EEX-V° of I lid 2 Protocol Verdrag. Deze artikelen bepalen uitdrukkelijk dat een forumkeuze een persoon met woonplaats in Luxemburg slechts bindt, indien deze partij de forumkeuze door een schriftelijke overeenkomst of een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst heeft gesloten, respectievelijk deze partij de forumkeuze uitdrukkelijk en in het bijzonder heeft aanvaard. Het nadeel betreft derhalve niet forumkeuze, maar de vormvoorschriften die te weinig strikt zouden zijn.
Een tweede nadeel dat bijv. Laenens3 noemt is de veel voorkomende verzwaring van de processuele positie van de (zwakkere) wederpartij van een gebruiker van algemene voorwaarden of cognossementen. Deze wederpartij wordt in zijn verdediging geschaad, omdat zij wordt (kan worden) afgehouden van de rechter van haar woonplaats. Dit argument is niet overtuigend. Weliswaar is art. 2 EEX-V°Nerdrag een algemeen en fundamenteel beginsel,4 maar de art. 5, 6, 22/16, 23/17 en 24/18 EEX-V°Nerdrag zijn gelijkwaardige alternatieven. Bovendien is art. 2 EEX-V°Nerdrag geen absoluut beginsel. Art. 22 EEX-V°/16 Verdrag vormt, uitgaande van een rangorde tussen de artikelen, het uitgangspunt, daarna komen de artikelen over (stilzwijgende) forumkeuze en vervolgens de art. 2 tot en met 6 EEX-V°Nerdrag. Art. 2 EEX-V°Nerdrag is niet de hoofdregel waarop forumkeuze een uitzondering is. Wellicht is het zelfs juister de art. 22 EEX-V°/16 Verdrag of 23 EEX-V°/17 Verdrag c.q. 24 EEX-V°/18 Verdrag als uitgangspunt te nemen.
Dit tweede nadeel moet voorts worden gerelativeerd, omdat de art. 5, 6 en 22/16 EEX-V°Nerdrag de verweerder eveneens af (kunnen) houden van de rechter van zijn woonplaats. Het is derhalve onjuist dit als een typisch bezwaar van forumkeuze te zien. Ik wijs in dat verband ook op de wilsovereenstemming die moet bestaan ten aanzien van de gekozen rechter. De toekomstige verweerder weet derhalve bij de totstandkoming van de forumkeuze dat het gevolg daarvan is dat hij niet (in alle omstandigheden) zal procederen voor de rechter van zijn woonplaats.
Een derde nadeel dat wel is genoemd, is de vergrote kans op gerechtelijke uitspraken bij verstek.5 Doordat een forumkeuze ertoe kan leiden dat de verweerder niet procedeert voor een gerecht in de staat van zijn woonplaats, zou de mogelijkheid kunnen bestaan dat de inleidende documenten de verweerder niet of niet tijdig bereiken. Art. 26 EEX-V°/20 Verdrag, art. 19 Betekeningsverordening6 en art. 15 Haags Betekeningsverdrag 1965 beschermen verweerders tegen verstekvonnissen door processuele waarborgen. Op grond van art. 26 lid 1 EEX-V°/20 lid 1 Verdrag gaat het geadieerde gerecht in verstekzaken zijn bevoegdheid na en toetst derhalve ook de geldigheid van een gepretendeerde forumkeuze. Daarenboven houdt de rechter op grond van lid 2 van hetzelfde artikel zijn uitspraak aan, zolang niet vaststaat dat de verweerder het document dat de procedure inleidt, tijdig heeft ontvangen of dat daartoe al het nodige is gedaan. De aangezochte rechter is verplicht art. 19 Betekeningsverordening7 en art. 15 Haags Betekeningsverdrag 1965 toe te passen, indien de betekening overeenkomstig één van deze artikelen had moeten plaatsvinden. Deze artikelen beschermen op dezelfde wijze als art. 26 EEX-V°/20 lid 1 Verdrag de niet verschenen verweerder. Naar mijn mening bevatten EEX-V°Nerdrag in combinatie met de Betekeningsverordening en het Haags Betekeningsverdrag op dit punt zodanige waarborgen, dat niet van een nadeel kan worden gesproken. Het bezwaar dat forumkeuze tot een groter aantal verstekzaken zou kunnen leiden, geldt overigens voor alle procedures voor een gerecht in een andere staat dan de staat van de woonplaats van de verweerder. Het is derhalve geen specifiek nadeel van forumkeuze.
De verweerder wordt niet alleen tegen uitspraken bij verstek beschermd door art. 26 EEX-V°/20 Verdrag, art. 19 Betekeningsverordening en art. 15 Haags Betekeningsverdrag 1965. Ook in de fase van erkenning en tenuitvoerlegging wordt de (niet verschenen) verweerder beschermd. Art. 34 lid 2 EEX-V°/27 lid 2 Verdrag schrijft voor dat een beslissing niet wordt erkend of voor tenuitvoerlegging vatbaar is, indien het stuk dat de procedure inleidt — of een gelijkwaardig stuk — de verweerder niet (regelmatig en (art. 27 lid 2 Verdrag)) zo tijdig heeft bereikt als nodig was met het oog op zijn verdediging, tenzij de verweerder tegen de beslissing geen rechtsmiddel heeft aangevoerd terwijl hij daartoe in staat was (art. 34 lid 2 EEX-V°). Hierdoor voorkomen EEX-V°Nerdrag tenuitvoerlegging van uitspraken bij verstek, zodra de rechten van de verweerder zijn geschonden door een oproeping die niet voldoet aan de voorschriften voor betekening.
Een laatste nadeel van forumkeuze zou de overbelasting van bepaalde rechtscolleges zijn.8 Dit nadeel spitst zich toe op het risico dat partijen bepaalde gerechten kiezen, bijv. wegens goede en snelle rechtspleging, waardoor onevenwichtigheid ontstaat in de gerechtelijke organisatie. Laenens9 wijst in het bijzonder op de omstandigheid dat in het ene arrondissement meer bedrijven zijn gevestigd dan in het andere. Bij het vaststellen van de arrondissementen is hiermee geen rekening gehouden, omdat het bedrijfsleven dynamisch is en de concentratie van bedrijven in de arrondissementen zich daardoor steeds wijzigt.
Met Laenens constateer ik inderdaad een zekere onevenwichtigheid in de gerechtelijke organisatie door een grotere belasting van bepaalde gerechten. Ik meen echter dat het nadeel van onevenwichtigheid ten gevolge van forumkeuze wordt overschat. Slechts een zeer klein percentage van de zake wordt aangebracht bij een gerecht op grond van een forumkeuze. Het aantal gerechtelijke uitspraken over forumkeuze in NIPR in vergelijking met het totale aantal zaken op het gebied van burgerlijke en handelszaken gepubliceerd in dit tijdschrift, is zeer bescheiden. Dan vergelijk ik nog slechts de zaken betreffende het internationaal privaatrecht. Zelfs als dit percentage aan belang wint, betekent dat niet dat plotseling één gerecht in een staat of de staten van de EG en masse wordt aangewezen. Ik laat ook in het midden hoe groot het aandeel van ondernemingen daarin is ten opzichte van de procedures tussen particulieren. Uit de rechtspraak die in hoofdstuk 13 wordt besproken, blijkt dat de modale forumkeuze het gerecht van de woonplaats van één van de partijen aanwijst. Daardoor ontstaat automatisch een spreiding. Weliswaar zal door deze tendens de Rb. Rotterdam of Antwerpen vaker worden aangewezen dan de Rb. Assen of Dendermonde, maar dat zal een constant gegeven zijn voor de rechterlijke macht. De Rb. Rotterdam en Antwerpen zijn daardoor veel groter en kunnen daardoor meer zaken behandelen. De grenzen van de arrondissementen zijn daardoor niet zo belangrijk. Het gaat erom dat de rechtbanken gezien de economische en demografische ontwikkeling, voldoende magistraten hebben.