Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/10.1
10.1 De ontbrekende (directe) link tussen "regulatory competition" om (re-)incorporaties en publicatieverplichtingen
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS582685:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Easterbroolc/Fischel (1991), p. 295-296 en 300-305, besteden aan de verhouding tussen de publicatieverplichtingen en 'regulatory competition' om incorporaties overigens wel enige aandacht beteed. Zie § 4 van dit hoofdstuk.
Institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, werden in het verleden vaak door nationale overheden verplicht om deel van het vermogen te beleggen in de lidstaat van vestiging, hetgeen de mogelijkheid om kapitaal mobiel in te zetten uiteraard vermindert. Hierover Ferran (2004a), p. 20. Zie over het tot 1 januari 1996 geldende beleggingsvoorschrift voor het Algemeen burgerlijk pensioenfonds om een groot deel van zijn vermogen in Nederland te beleggen: Maatman (2004), p. 222-227.
In § 4 van dit hoofdstuk bespreek ik waarom dat iets genuanceerder ligt.
In het voorgaande hoofdstuk beschreef ik de (de mogelijkheden voor) toename van "regulatory competition" om re-incorporaties tussen lidstaten in de Europese Unie. Het valt op dat in de, met name in de Amerikaanse literatuur gevoerde, discussies over die competitie, de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen tot het einde van de vorige eeuw nauwelijks een rol speelden. 1
Dat de publicatieverplichtingen in de debatten over "regulatory competition" om incorporaties geen grote rol hebben gespeeld lijkt opmerkelijk. Wanneer immers indachtig de "law matters" these wordt aangenomen dat het recht een belangrijke factor is voor de ontwikkeling van de effectenmarkten van een land, ligt het voor de hand dat staten zullen streven naar een zodanige inrichting van hun rechtstelsels dat de positie van (minderheids)aandeelhouders daarbinnen zo goed mogelijk wordt beschermd. Dat zou onder meer kunnen door het opleggen van publicatieverplichtingen. Investeerders zullen vanuit dat perspectief en voor zover zij in de gelegenheid zijn om het door hen te investeren kapitaal mobiel in te zetten2, kiezen voor het rechtstelsel dat hen de meeste waarborgen biedt. Dit legt druk op (wet- en regelgevers in) staten om dergelijke waarborgen te voorzien. Tegelijkertijd zou verwacht mogen worden dat ook beursvennootschappen aandringen op een rechtstelsel dat voorziet in sterke juridische waarborgen voor (minderheids)aandeelhouders. De gedachtegang van de "law matters" these is immers dat voor beursvennootschappen die onderhevig zijn aan dergelijke regelgeving, de kosten voor het aantrekken van kapitaal lager zullen zijn dan die van beursvennootschappen die onderhevig zijn aan regelgeving die in minder waarborgen voor (minderheids)aandeelhouders voorziet.
De belangrijkste reden voor het ontbreken van aandacht voor de publicatieverplichtingen in de discussies over "regulatory competition" om re-incorporaties, is het niveau van wet- en regelgeving waarin deze verplichtingen zijn vastgelegd. In de Verenigde Staten van Amerika zijn de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen, volledig ingebed en uniform vormgegeven op federaal niveau. Ook in de Europese Unie zijn deze verplichtingen, door middel van Europese regelgeving in zowel het vennootschapsrecht als in het effectenrecht, vergaand geharmoniseerd.
De vergaande federalisering en harmonisering van de publicatieverplichtingen heeft tot gevolg dat voor "regulatory competition" bij de vormgeving van die verplichtingen weinig ruimte (meer) bestaat. Ook lijkt hierdoor de locatie van de statutaire zetel van beursvennootschappen, die het aanknopingspunt vormt voor de regulatory competition om incorporaties, als aanknopingspunt voor de vormgeving van de publicatieverplichtingen niet (voor Amerikaanse beursvennootschappen) tot nauwelijks (voor Europese beursvennootschappen) een rol te (kunnen) spelen.3