Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/7.7.2.4:7.7.2.4 Het beheersrecht
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/7.7.2.4
7.7.2.4 Het beheersrecht
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS483582:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 3, p. 582.
Ploeger 2002, p. 72 en 73.
Van Velten 2001, p. 1010; Van Velten 2003, p. 135-136; Van Velten 2005, p. 528; Van Velten 2006, p. 365; Van Velten jr. 2006, p. 661 e.v.
Over de zwakte daarvan: Ploeger 2002, p. 72 en 73.
Aldus ook Van Velten 2001, p. 1010; anders Van Velten 2005, p. 528.
Ploeger 2002, p. 72 en 73.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 3:170 luidt, voor zover hier van belang:
Handelingen dienende tot gewoon onderhoud of tot behoud van een gemeenschappelijk goed, en in het algemeen handelingen die geen uitstel kunnen lijden, kunnen door ieder der deelgenoten zo nodig zelfstandig worden verricht. Ieder van hen is bevoegd ten behoeve van de gemeenschapverjaring te stuiten.
Voor het overige geschiedt het beheer door de deelgenoten tezamen, tenzij een regeling anders bepaalt.’
De regeling waarover in lid 2 wordt gesproken dient door alle deelgenoten tezamen te worden overeengekomen (art. 3:168 lid 1). Ook wijziging van een regeling vereist unanimiteit.
Een meerderheidsbesluit is niet voldoende.1 Worden de deelgenoten het niet eens dan kan de kantonrechter op verzoek van de meest gerede partij een regeling vaststellen (art. 3:168 lid 2).
Voor beheer van grotere complexen is deze regeling onpraktisch. Besluitvorming bij meerderheid zou zeer gewenst zijn. Ook zou het praktisch kunnen zijn om het beheer te doen regelen via een ‘Vereniging van Eigenaars’.2 Of, om een uit Amerika overgewaaide term te gebruiken, een zogenaamde Home Owners Association (HOA).3 Het zou aanbeveling verdienen om in de wet de mogelijkheid te creëren om een dergelijke vereniging, waarvan de deelgenoten dan verplicht lid moeten zijn, in het leven te roepen. Thans behelpt de praktijk zich op de volgende wijze: het lidmaatschap van een vereniging wordt afgedwongen via een boetebeding met daaraan gekoppeld een kettingbeding.4
Ik zou er overigens voor willen pleiten de mogelijkheid van het creëren van een dergelijke vereniging vast te leggen in titel 3.7.5 Een beperking tot mandeligheid zoals Ploeger lijkt voor te staan, komt mij onjuist en te beperkend voor.6