Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/4.5.3
4.5.3 Publicatie van minderheidsstandpunten
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS297645:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Jessurun d'Oliveira (1992), p. 177. De NJ B-salon over dit onderwerp van 25 november 2005 heeft daar inderdaad niet zo veel aan toegevoegd. Zie voor een verslag Hoefer-van Dongen (2006), p. 696-697.
Winkel (1971), p. 405 e.v. Zie ook summier Stein/Rueb (2002), p. 33.
Drion (1973), p. 47.
Terecht wijzen Thomassen (2006), p. 688-689 en Asser (2006), p. 691, erop dat hier sprake is van een 'fictie' c.q. van een niet realistische ratio, 'alleen al omdat iedereen weet dat uitspraken lang niet altijd unaniem tot stand komen'.
Zie Leijten (1972), p. 732-733, die spreekt over de psychologisch niet onbelangrijke rol van de dissenting opinion bij de vredestichtende taak van rechtspraak. In gelijke zin Thomassen (2006), p. 689: 'Als u een beslissing van de meerderheid een slechte beslissing vindt, dan is het goed voor uw vertrouwen in de rechtspraak om in een dissenting opinion bevestigd te zien dat niet elke rechter de plank misslaat.' Vergelijk echter De Savornin Lohman (1973), p. 63, die dit argument relativeert.
Zie Drion (1973), p. 42 en voorts de Savornin Lohman (1973), p. 65.
Drion (1973), p. 39. Vgl. Asser (2006), p. 691: 'Al met al wordt de motivering van de beslissing rijker en wordt de verdere rechtsvorming waarschijnlijk eerder gestimuleerd dan afgeremd.'
De Savornin Lohman (1973), p. 57.
Thomassen (2006), p. 690; de NJ B-salon was daar ook in meerderheid voor.
Een punt dat ik hier aan wil stippen, en niet meer dan dat (aangezien de meeste argumenten, zeker na de preadviezen van Drion en De Savornin Lohman voor de NJ V 1973, al uit en te na besproken zijn, om het d'Oliveira na te zeggen1), is de vraag of publicatie van minderheidsstandpunten (onder te verdelen in 'dissenting' en 'concurring opinions', dat wil zeggen opvattingen die tot een ander eindoordeel, respectievelijk opvattingen die tot eenzelfde maar anders gemotiveerd eindoordeel leiden) in uitspraken wenselijk is, of preciezer, en meer toegespitst op het onderwerp van dit hoofdstuk, of de openbaarheid van uitspraak daartoe aanleiding zou geven.
Strikt genomen noopt art. 6 EVRM hier niet toe. Slechts wordt openbaarheid van de uitspraak verlangd, niet ook van de eventueel daaraan gekoppelde minderheidsstandpunten. Niettemin vermeld(d)en zowel de Europese Commissie als het Europees Hof bij hun uitspraken minderheidsstandpunten. Zou deze handelwijze (die in de Angelsaksische rechtssfeer vast verankerd is), bezien in het licht van de openbaarheid van rechtspraak, niet voor overname door de Nederlandse rechter in aanmerking komen? Laat ons zien wat de Nederlandse literatuur hierover zegt.
Met name Winkel2 heeft de argumenten pro en contra afschaffing respectievelijk handhaving van het raadkamergeheim en in het verlengde daarvan de al dan niet publicatie van dissenting opinions (waartoe hij zich beperkt) geïnventariseerd en gesystematiseerd. Tweemaal wordt de openbaarheid in de rubricering van Winkel vermeld: publicatie zou in overeenstemming met het beginsel van de openbaarheid zijn en voorts zou de eerbied voor de uitspraak op grond van de openbaarheid verzekerd worden.
Het eerste argument is eigenlijk geen argument. Dat publicatie in overeenstemming met de openbaarheid is, betekent nog niet dat de openbaarheid tot publicatie noopt. Hooguit kan men zeggen dat publicatie niet in strijd is met het openbaarheidsbeginsel, maar 'het spreekt wel bijna vanzelf dat het bij invoering van de dissenting opinion niet gaat om een verplichting tot het openbaar maken van een afwijkend standpunt'.3 Het tweede argument ziet op de eerbied, zo men wil het gezag, van de uitspraak ten opzichte van zowel partijen als van het publiek. Men kan hier twee kanten uit redeneren: volgens sommigen wordt de eerbied voor de uitspraak eerder gewaarborgd door partijen en publiek in de waan te laten dat de uitspraak afkomstig is van een eenstemmig college;4 dat zou een argument zijn om niet tot publicatie van minderheidsstandpunten over te gaan. Volgens anderen zou de eerbied voor de uitspraak door publicatie van afwijkende meningen juist toenemen doordat daardoor een voor ieder acceptabele beslissing gegeven wordt: voor de winnaar, omdat hij gewonnen heeft, voor de verliezer omdat hij - in de wetenschap dat erkend is dat men er ook anders over kan denken - vrede met zijn verlies kan hebben,5 en voor het publiek, dat wel eens méér respect zou kunnen hebben voor een minder stellig uitgesproken oordeel.6
Maar kan publicatie van minderheidsstandpunten wellicht een gunstig effect hebben op de motivering van de rechterlijke beslissing? Openbaarmaking van de uitspraak zou door de indirecte werking van de publicatie van een minderheidsstandpunt dan aan waarde toenemen. Het doel van de openbaarmaking van een uitspraak staat of valt immers, zoals ik al eerder aangaf, met de al dan niet uitgebreide (en plausibele) motivering daarvan. Het lijkt Drion niet onwaarschijnlijk dat de mogelijkheid van dissenting opinions het argumenten-arsenaal van de rechter zal verruimen, en dat het ertoe zal leiden dat ook overwegingen die betrekking hebben op de sociale en economische betekenis van zijn beslissing meer naar buiten komen. 'Voor mij ligt in deze kans op duidelijker en completere motivering van 's rechters beslissingen, die voor het bekend maken van de minderheidsmening te verwachten is, het sterkste argument voor invoering van een stelsel van dissenting opinions', zo zegt hij.7 De Savornin Lohman verwacht echter van de verbetering van de kwaliteit van de rechterlijke uitspraken niet zoveel.8 Hoe het ook zij, er gaan thans stemmen op om het gewoon eens te proberen, te beginnen bij de Hoge Raad.9
Het voorgaande overziend kan geconcludeerd worden dat het openbaarheidsbeginsel op zich geen voldoende argument is om tot publicatie van minderheidsstandpunten in uitspraken over te gaan. Uiteraard staat het openbaarheidsbeginsel daaraan niet in de weg. Maar strikt genomen is openbaarmaking van de uitspraak, zonder vermelding van afwijkende standpunten, voldoende; meer eist art. 6 EVRM niet. Het zijn eerder andere overwegingen dan het openbaarheidsargument die al dan niet pleiten voor invoering van een systeem van vermelding van minderheidsstandpunten in uitspraken. Daarvoor zij verwezen naar de aangehaalde literatuur.