Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/4.5.0
4.5.0 Introductie
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS303691:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Boer (1985), p. 835.
Zo gaat ook het Internationaler Kommentar zur EMRK (Miehsler/Vogler), aant. 340 op art. 6 EVRM, van de onvoorwaardelijke openbaarheid der uitspraak uit. Miehsler en Vogler stellen: 'Die ëffentliche Verklindung des Urteils ist nicht Bestandteil der Verhandlung, Das Urteil enthffit die tatskhliche und rechtliche Wlirdigung des verhandelten Prozegstoffes. Da sich die Tatbestkde des Ausschlusses der (3ffentlichkeit nur auf die Verhandlung beziehen, kann die (3ffentlichkeit von der Urteilsverklindung nicht ausgeschlossen werden.'
EHRM 29 april 1984, Campbell en Fell, serie A, vol 80, § 89-90.
Zie het reeds eerder aangehaalde art. 37 der Staatsregeling 1798: 'Alle sententiën en vonnissen moeten in het openbaar worden uitgesproken.'
Art. 6 EVRM bepaalt dat de uitspraak in het openbaar moet worden gewezen. Het artikel staat op de openbaarheid van de beslissing geen uitzondering toe, zoals bij de behandeling wél het geval is, tenzij men de beslissing ook onder de behandeling zou laten vallen. Dan zouden de in art. 6 EVRM vermelde uitsluitingsgronden ook voor de rechterlijke beslissing relevant zijn. Het ligt niet voor de hand art. 6 EVRM aldus te interpreteren. De Boer trekt de vergelijking met art. 14 IVBPR waar een uitdrukkelijke uitzondering is opgenomen ten aanzien van de openbaarheid van uitspraak. Het ontbreken van een dergelijke bepaling in art. 6 EVRM duidt erop dat ten aanzien van de rechterlijke uitspraak geen uitzonderingen op de openbaarheid zijn toegestaan, zo concludeert hij.1 Ook andere schrijvers gaan van de onvoorwaardelijke openbaarheid van de uitspraak uit.2
Het Europees Hof heeft in de zaak Campbell en Fell een einde gemaakt aan mogelijke onduidelijkheid en onomwonden gesteld dat de uitzonderingen op de openbaarheidseis zich niet uitstrekken tot de 'pronouncement of the judgment'.3
De vaderlandse wetgeving heeft al vanaf 1798, en eveneens zonder restricties, de openbaarheid van uitspraak en vonnissen voorgeschreven.4 Thans wordt openbaarheid van uitspraak verlangd in art. 121 Gw en art. 5 lid 1 Wet RO.
Over het principe bestaat dus naar Straatsburgs en nationaal recht eenstemmigheid. Maar hoe staan de zaken en détaifl Welke rechterlijke uitspraken zijn openbaar en op welke wijze kan aan de openbaarheidseis voldaan worden? Daarover gaat het hierna volgende.