Artikel 6 EVRM en de civiele procedure
Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/4.3.0:4.3.0 Introductie
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/4.3.0
4.3.0 Introductie
Documentgegevens:
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS306153:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens art. 6 lid 1 EVRM heeft eenieder recht op een openbare behandeling van zijn zaak ('everyone is entitled to a public hearingTtoute personne a droit á ce que sa cause soit entendu publiquement').
Art. 10 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en art. 14 IVBPR bevatten exact dezelfde zinsnede. Dat op dit punt een dermate grote overeenstemming bestaat tussen de verschillende bepalingen behoeft niet te verbazen: uitdrukkelijk is de (ontwerp-) tekst van het EVRM afgestemd en geënt geweest op de Universele Verklaring. De oorspronkelijke tekst van art. 10 der Verklaring is gedurende de gehele voorbereidende werkzaamheden aan het EVRM onveranderd gebleven.1 Het IVBPR is, zo blijkt uit haar preambule, eveneens georiënteerd op de Universele Verklaring en vormt daar een uitwerking van.
Volgens de EVRM-verdragstekst dient in principe de gehele procedure in het openbaar behandeld te worden. Deze conclusie kan impliciet getrokken worden uit de tweede zin van art. 6 lid 1 EVRM: om bijzondere redenen kan de toegang tot de rechtszaal aan pers en publiek ontzegd worden 'gedurende het gehele proces of een deel daarvan'.2 Dit zinsgedeelte stelt ons in zijn bondigheid voor een aantal problemen, want wat dient onder het gehele proces verstaan te worden? Diverse vragen
werpen zich op:
Vanaf welk moment en tot wanneer wordt de behandeling van de civiele procedure door de openbaarheid geregeerd?
Heeft de openbaarheid der procedure slechts betrekking op de mondelinge behandeling der zaak en wat moet daaronder verstaan worden?
Ziet de procedure slechts op de contentieuze procedure of valt daar ook de behandeling van voluntaire zaken onder?
De opgeworpen vragen bespreek ik hieronder in par. 43.1-433. De uitsluitingsgronden voor openbare behandeling worden besproken in par. 43.4, en in par. 4.3.5 komt ten slotte aan de orde de kwestie onder welke voorwaarden door partijen afstand van openbare behandeling kan worden gedaan.